home | Inloggen
Aantal schrijvers: 532 | Aantal boeken:

15464

Huys, Victor L.

Maakt deel uit van: ,

Victor L. Huys

Geluwe, 18 juni 1829 – Zillebeke, 9 januari 1905

Behoort tot de zogenaamde eerste generatie West-Vlaamse auteurs (die van Gezelle zelf).
 
Andere belangrijke generatiegenoten zijn: Adolf Verriest (Deerlijk 1830—Kortrijk 1891); Leonardus L. de Bo (Beveren-aan-de-Leie 1826 – Poperinge 1885);
 
Schrijver van “Baekeland, of de Rooversbende van ‘t Vrybusch. West-Vlaemsche Legenden”

 

 

BIOGRAFIE

18 juni 1829: Victor Huys werd geboren te Geluwe.

  • Zijn vader, Ivo Huys, was smid van beroep. Zijn moeder Isabella Ghesquière, een zuster van de grootvader van de bekende toondichter Remi Ghesquière.
  • Hij volgde middelbare studies in het college te Menen.
  • Deed zijn seminariestudies te Roeselare waar hij bevriend raakt met Guido Gezelle.

Maart 1854: Als diaken benoemd tot “professor der Fransche en Vlaamsche Talen en van zangkunst” aan het Klein Seminarie.

10 juni 1854: Tot priester gewijd in de St.-Salvatorkathedraal te Brugge met 10 andere diakens onder wie Guido Gezelle.

1854-1862: Hij bleef 8 jaar leraar en surveillant te Roeselare. In die jaren is V. Huys begonnen aan zijn letterkundig werk, hierbij beïnvloed door zijn vriend Gezelle die, in november 1857, tegen heug en meug leraar werd van de poësieklas.

1857: In de bekende Brugse krant, “Standaerd van Vlaenderen“, verscheen in de aflevering van zaterdag 25 april 1857, een bijdrage onder de titel “Een Rooversbende in ‘t Vrijbusch I. Bakeland”.

  • Deze bijdrage was niet ondertekend evenmin als de volgende bijdragen die verschenen tot en met donderdag 7 mei 1857. De reeks werd toen onderbroken en pas verder gezet in het nummer van donderdag 11 februari 1858, dag waarop de schrijver begon met een tweede “legende”. Het werd een groot succes. In het nummer van 18 maart is het slot van deze tweede “legende” voor de eerste maal met de beginletters van de schrijver ondertekend: V.H.

1858: Enkele maanden later, in de aflevering van H. Sacramentsdag, donderdag 3 juni 1858, schreef Huys in “Standaerd van Vlaenderen“, steeds ondertekend V.H., de bekende  “geloofsbelijdenis van het West-Vlaamse taalparticularisme“. Onder de titel “Iets over Baekeland” pleitte hij voor de West-vlaamse taal van zijn Baekeland-legenden en achtte hij de eigen taal geschikt voor alle niveaus van literatuur: ‘van de eenvoudigste proza tot de deftigste poezy’. De tekst werd op 8 juni nog eens afgedrukt in de ‘Gazette van Thielt’.

Gezelle had op 21 maart 1858 in zijn prospectus voor ‘Vlaemsche dichtoefeningen’ ook gesteld dat het Vlaams niet alleen voor het lagere genre geschikt was.

1860: Alle zes “legenden” in de “Standaerd van Vlaenderen” werden gebundeld tot een boek, dat zonder schrijversnaam, onder de titel: “Baekeland, of de Rooversbende van ‘t Vrybusch. West-Vlaemsche Legenden” door de uitgever Amand Neut werd op de markt gebracht. Victor Huys had de tekst grondig herzien.

  • De eerste legende had hij eigenlijk opnieuw geschreven en de andere had hij in taal en stijl verbeterd. Hij was van mening dat het grote succes van het feuilleton te wijten was aan de taal: het West-Vlaams. De verwantschap met Gezelle’s taalopvattingen was groot. Alleen zag Gezelle het West-Vlaams als een taal die  blijkens de schriftelijk bewaarde bewijzen sinds de middeleeuwen haar eigen karakter had bewaard, terwijl Huys alleen oog had voor de in zijn tijd gesproken taal.
  • De bisschop Mgr. Malou moedigt hem aan om verder te schrijven, “comme vous l’aviez proposé, une belle légende de St. François d’Assise“.
  • Huys was intussen surveillant geworden in plaats van leraar omdat hij een mens was met gezag en dat de tucht in het college moest hersteld worden. De directeur vreesde voor zijn letterkundig werk en schreef aan de bisschop: “une fois surveillant, il faudra qu’il dépose sa plume pour s’occuper de tout autre chose. Ce serait regrettable.”

“Baekeland, of de Rooversbende van ‘t Vrybusch. West-Vlaemsche Legenden” lijkt het begin van de Vlaamse volksroman, door priesters geschreven tot moraliserend vermaak van het Vlaamse publiek.

  • Voor hem had enkel de orangistisch gekleurde Pieter Ecrevisse historische roversromans geschreven: “De Teuten, eene zedenschets uit de XVIIIde eeuw (1844, in 1846 omgewerkt tot De Drossaert Clerckx), en vooral De Bokkenryders in het land van Valkenberg (1845)
  • De link die Victor Huys en de volkse sagen legden tussen houthulst en het Vrijbos enerzijds en de bende van Baekelandt anderzijds, blijkt niet echt te kloppen. In een beginfaze blijken baekelandt en zijn kompanen vooral actief vanuit Staden, waar de meesten woonden en waar de eerste misdaden plaatsvonden. Later verlegden de activiteiten van de bende zich naar Koekelaere, Pittem, … In de bende kwam trouwens geen enkel lid voor uit Houthulst. Wel is het zo dat Staden paalde aan het Vrijbos, en dat er ook van oudsher een boskanterspopulatie voorkwam, vooral dan in de richting van het gehucht Stadenreke. (bron: Geert Tavernier)
  • Huys waarschuwt zelf in zijn voorrede de lezer dat lang niet alles in zijn boek historisch is, en dat zijn enige doel was: “in eigen Vlaemsche tael een aangenaem boek te schrijven.”

September 1861: Terug leraar.

  • Publicatie van “De legenden van Sinte Franciscus van Assizië.” In elf kapittels en een uitvoerige inleiding. Het gaat hier om een vervlaamsing van de I Fioretti di San Francesco (eind 14de eeuw). Gezelle had wederom zijn medewerking verleend met vertalingen van “In foco amor mi mise” (Jacopone) en “Lofzang aan de zon” (Franciscus).
  • Uit de brief van Mgr. Malou aan Victor Huys, gedateerd 21 april, blijkt duidelijk dat Huys zelf het onderwerp van dit tweede werkje had bepaald. Het was dus niet de bisschop die aan Huys dit werkje oplegde zogezegd als penitentie voor zijn lichtzinnige, mondaine Baekeland, zoals een volstrekt onbewezen legende heeft verteld.

1862 – 1874: Tijdens het groot verlof van 1862 werd E.H. Huys benoemd tot onderpastoor te Wervik. Hij was er 12 jaar een zeer ijvervolle parochiegeestelijke. Dit was echter de minst vruchtbare periode voor zijn letterkundig werk. Wel verschenen er toen heruitgaven van “Baekeland en de Legenden“.

19 augustus 1874: Om gezondheidsredenen werd Huys als pastoor te Zillebeke benoemd. Daar zou hij herstellen en opnieuw letterkundig werk verrichten na zijn inhuldiging op 9 september, doch zijn geheugen was zeer verzwakt.

1878: Hij krijgt als onderpastoor Jozef Gezelle, de broer van Guido, die er tien jaar verblijft. Het is begrijpelijk dat de oude vriend Guido Gezelle menigmaal op bezoek is gekomen bij Victor Huys. Hij vond bij de Zillebekevijver en de rustige bossen de inspiratie voor zijn bekende gedichten o.m. “In ‘t riet” en “Sorbus Aucuparial“.

  • Een van de voornaamste verwezenlijkingen te Zillebeke, door pastoor Huys tot stand gebracht, was de bouw van een katholieke school tijdens het wapengekletter van de eerste schoolstrijd in 1879-1884. Baron de Vinck gaf de grond en de stenen; E.H. Huys moest zorgen voor het overige en voornamelijk voor de wekelijkse daguren van het werkvolk. Hij trachtte de nodige sommen bijeen te krijgen met op Zillebeke, te Ieper en te Wervik regelmatig zijn bedelronde te doen.

1880: Een derde werk van Victor Huys “Spiegel der Jonkheid“.

  • Voor dit werk maakt Mgr. Faict wel voorbehoud voor bepaalde passages. Hij zegt: “Il arrive à Huys de manquer de tact.”
  • Ten “profijte der Katholieke Scholen” verscheen de derde uitgave van “De Legenden van St.-Franciscus” met goedkeuring van Mgr. Malou. Deze was “Den Weledelen Heer Baron de Vinck, Heer van Zillebeke, uit achting en dankbaarheid opgedragen in 1881″. Duidelijk blijkt uit de geschiedenis van het onderwijs dat er een grote vriendschap bestond tussen pastoor Huys en de familie de Vinck. De baron was een goed pentekenaar en illustreerde later sommige van Victor Huys geschriften.

1882: Publicatie van nog een laatste werkje over de H. Katharina, de patrones van de parochiekerk te Zillebeke.

1890: Verscheen de vierde uitgave van Baekeland met medewerking van Guido Gezelle.

1904: Gouden priesterjubileum van de reeds vergrijsde pastoor, door de hele parochie Zillebeke met geestdrift gevierd. In de feestzaal was toen het volgende jaarschrift aangebracht:

HeIL heM
forsIg aLs baekeLanDt
zaCht aLs franCIs.

De tekst van het gelegenheidslied luidde:

‘t Is reeds 50 jaar geleden,
dat Gij tot priester werd gewijd
En dertig jaar is ‘t ook op heden
dat Gij voor ons een vader zijt.

Het werd het gulden herfsttij van een rijk gevuld, edelmoedig priesterleven.

9 januari 1905: Victor-Leo Huys overleed in zijn pastorie te Zillebeke. Hij rust in de schaduw van zijn parochiekerk, in de linkerhoek vooraan, in het huidige Brits militair kerkhof.

Epiloog

  • De gemeenteraad beslist op 3-8-1905 “eene betamelijke arduinen gedenkzuil op te richten” ter zijne gedachtenis. Het zou niet geplaatst worden op kosten der gemeente” maar met een inschrijvingslijst, waarvan de prijs werd bepaald: Ten hoogste 50 centiemen en ten minste 5 centiemen.”
  • De oorspronkelijke grafsteen, vernield in de oorlog 1914-18 werd niet herplaatst, alhoewel 500 fr. Vergoeding voor oorlogschade aan de gemeente toegekend werd in 1928, voor het herstellen van dit grafzerk.
  • Honderd jaar na zijn aanstelling als pastoor werd eerherstel gedaan. Naar aanleiding van de viering van het heropbouwen van de kerk vóór 50 jaar, werd in 1974 een nieuw gedenkteken geplaatst op het graf.

 

 

MEER OVER  VICTOR L. HUYS

  • Eg. I.Strubbe, “Victor Huys als taalparticularist in 1858” , in: Biekorf 59 (1958), 65-68;
  • Jozef Geldolf, “Uitgevers tribulaties van Victor Huys”, in: Biekorf 66 (1965), 401-404;
  • A Demeulemeester, “Victor Huys alslparticularist. De publicatie van zijn ‘Legenden van Sinte Franciscus van Assieië’”, in: Biekorf 71 (1970), 215-223.
  • J. Vandemaele & G. Coudron , “Zillebeke, verdoken dorp in de glooiingen van de natuur” ;

 

Over de bende van Baekelandt

  • E. Hosten & E. Strubbe, “De struikrovers in Vlaanderen op het einde der XVIIIde eeuw. De bende van Baekelandt” , in: Handelingen van het genootschap Société d’Emulation te Brugge, 70 (1927), pp. 103-165.
  • Stefaan Top, Onderzoek naar de sagenmotieven in ‘tVrijbos. Leuven, 1964. Sedert 2002 zijn deze en andere sagen terug te vinden op de website van de Vlaamse Volksverhalenbank (http://www.volksverhalenbank.be/)
  • Stefaan Top, “De bende van Baekelandt, Kortemark-Handzame, 1983.
  • A.B en C.D. “Van ‘Vrybusch en de Boskanters”, in: Biekorf, 3 (1892), pp. 25-27, 37-40, 49-54, 170-174, 185-187, 215-219, 241-245.

 

Geraadpleegde bronnen

Website

Referenties

  • Jan J.M. Westenbroek, Guido Gezelle (1830-1899) en de West Vlaamse School. In: Ada Deprez: Walter Gobbers; Karel Wauters (red.): Hoofdstukken uit de Vlaamse letterkunde in de 19de eeuw. Deel 2. KANTL Gent 2001, pp.226-229.
  • Geert Tavernier, “Het familiale karakter van de marginalisering in de omgeving van het Vrijbos. Deel 1: Beschrijving van de bevolking in de omgeving van het Vrijbos periode 1750-1850.” In:Vlaamse Stam, jg. 45 nr 6 november-december 2009.

 

BIBLIOGRAFIE

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar

Titel

Fotogalerij

Uitgeverij 1ste druk
1860 “Baekeland, of de Rooversbende van ‘t Vrybusch. West-Vlaemsche Legenden”. (roman) Huys Victor 2 Gent: uitgeverij Amand Neut. -357p.
1861 “De legenden van Sinte Franciscus van Assizië.” (een vervlaamsing van de I fioretti di San Francesco) Rousselaere: Stock.
1880 Spiegel der Jonkheid.
1882 Het leven van de H. Catharina. (hagiografie) Ypres: Vanderghinste-Fossé. -95p.