home | Inloggen
Aantal schrijvers: 535 | Aantal boeken:

15559

Ecrevisse, Pieter

Maakt deel uit van:

Pieter Ecrevisse

Obbicht, bij Sittard 3 juni 1804 – Eeklo, 26 december 1879

 

Zeer populaire romanschrijver.

Was orangist maar koos in 1839 toch voor de Belgische nationaliteit.

Vooral bekend voor zijn meesterwerk  ‘De bokkenrijders in het land van Valkenburg’.

BIOGRAFIE

3 juni 1804: Pieter Ecrevisse werd geboren op te Obbicht, bij Sittard (Limburg), als zoon van Hermanus Franciscus Dominicus Ecrevisse (1774-1829) en Marie Geertruide Claassens. (1763-1821). Vader Ecrevisse baatte een papiermolen uit.

  • Toen hij drie jaren oud was, werden de drie achtervingers van zijn rechterhand verpletterd door een stamphamer in de fabriek. Hierdoor werd door  zijn moeder beslist om hem grondig te laten onderrichten, daar hij met handwerk zijn brood niet zou kunnen verdienen.

1816: Ging lessen bijwonen aan de  kostschool van den pastoor van Grevenbicht, Stanislas van Cooth.

1820: Werd leraar oude talen aan de kostschool in de oude abdij van Val-Dieu in Aubel.

1827: Na opheffing van de school, gaf hij les aan de kostschool van de linguist A.C. Oudemans te Amsterdam, waar hij in ‘Felix Meritis’ de lessen bijwoonde in de mathesis, en proefondervindelijke natuur-, wis- en scheikunde.

1830: Ging aan de universiteit te Leuven rechten studeren.

1832: Vestigde hij zich als advocaat te Sittard, waar hij ook lid van de gemeenteraad was.

  • Hij  gaf er tevens les in het college van den eerw. heer Kallen in handelszaken en geschiedenis.
  • Als bewoner van het Limburg, dat in de omwentelingsdagen van 1830 veel sympathie toonde voor de afgescheiden Zuid-Nederlandse provinciën, en dat tot in 1839 tot het onafhankelijk geworden België behoorde, voelde hij zich aangetrokken tot de Vlaamse ontvoogdingsstrijd.  Hij zag de scheuring der Nederlanden als een ernstige kwaal, die kost wat kost moest geheeld worden, door economische en vooral culturele samenwerking tussen Noord en Zuid.
  • Hij huwde er de koopmansdochter Hubertine Machteld Burgens, (°3 november 1807 te Sittard). Uit dit huwelijk kwamen 4 kinderen (drie dochters en één zoon)
  • Hun kinderen waren:
    • 1) Catharina Francisca Ludovica, geboren op 10 juli 1834 te Sittard.  Zij huwde op 16 november 1865 te Eeklo met de fabrikant Angelus Bernardus Locufier (° 1 januari 1830 te Eeklo).  Zij woonden in 1865 in het «paterstraetjen 343» te Eeklo.  Zij zijn de ouders van de bekende Eeklose kunstschilder, Arthur Locufier (° 1871 – † 1915).
    • 2) Adolphine Lambertine, geboren op 28 december 1836 te Sittard.  Zij vertrok op 27 december 1865 naar Tielt.
    • 3) Ludovica Gertrude (Louise Marie), geboren op 9 juni 1838 te Sittard.  Vertrok op 6 april 1857 naar Brussel.  Huwde op 25 juli 1861 te Eeklo met de fabrikant Eduard Joseph Daneels (° 13 oktober 1834, Eeklo).  Woonde in 1856 volgens het bevolkingsregister op het «Oosteindeken 277» te Eeklo.
    • 4) Karel Francies, geboren op 17 mei 1842 te Eeklo, «gister morgen om zeven uren».  De getuigen bij de geboorteaangifte waren: Karel Francies Stroo «oud negen en veertig jaren, Burgemeester der stad» en Ferdinand Van Hoorebeke, «oud vijf en veertig jaren, greffier bij het vredegeregt binnen deze stad».
  • Na de opsplitsing van de provincie Limburg in 1839 koos hij voor de Belgische nationaliteit.

3 juni 1839: Werd tot kantonrechter te Eeklo benoemd, alwaar hij zich dan met zijn vrouw en kinderen vestigde.

  • Zette zich in voor de  ontplooiing gekomen romantisch-idealistische Vlaamse beweging.

1840: Werd met de steun van de orangisten door het kanton Eecloo gekozen in de provincie-raad van Oost-Vlaanderen en bleef lid tot 1848, toen de ‘wet op de onvereenigbaarheid’ hem uitsloot. Hij was de eerste, die in de provincieraad in het Vlaams het woord voerde.

1841: Hielp te Brussel met Jan De Laet, Hendrik Conscience, J. van de Velde en Domien Sleecks het dagblad Vlaamsch België stichten.

1844: Debuteert wanneer hij in Vlaemsch België de feuilletonroman ‘De Teuten’ publiceert, en zoveel succes heeft dat hij nog datzelfde jaar met een inleiding van de hand van Jan De Laet, afzonderlijk wordt uitgegeven.

  • Ook in 1844 verschijnt ‘Misdaed en berouw’ als feuilleton in Vlaemsch België. (in 1859 herwerkt en met twee andere novellen in boekvorm uitgegeven onder de titel De Vadermoordenaar).
    • Een zeldzame Vlaamse bijdrage op gebied van de fantastiek en gruwelromantiek.
    • Het verhaal speelt zich af rond het slot Stein in Nederlands Limburg, waar in de 17de eeuw de zoon van de slotvoogd zijn vader vermoord omdat hij  iet mag huwen met de vrouw van zijn keuze. Als boetedoening verblijft hij acht jaar in een onderaardse kelder al biddend bij het lijk van zijn vader.

1845: Publikatie van zijn meesterwerk: De Bokkenrijders in het land van Valkenberg.

  • Kan gedeeltelijk als pendant van ‘De Teuten’ worden opgevat, met dit verschil dat de roversbende opereert in Nederlands Limburg ipv Belgisch-Limburg; Ook hier werd om kerkelijk ongenoegen te voorkomen aan kerkelijke gezagsdragers een overdreven rol en betekenis toegekend. Het is de dorpspastoor die alles ten goede keert en de booswichten buiten spel zet.
  • De verdiensten van de roman zijn:
    • De knap geconstrueerde  en spannende intrige: poging tot wraak van het hoofd van de bokkenrijders op de kinderen van een afvallig prominent lid dat intussen reeds overleden is.
    • De suggestieve evocatie van het Limburgse maasland en zijn volksgebruiken.
    • De reële vertrouwdheid van de magistraat Ecrevisse met het criminele milieu.
  • Het model van zijn hoofdpersonage Steven Doodryk was ongetwijfeld Jozef Kirchhof, de sinistere chirurgijn uit Kerkrade die van 1762 tot 1774 de leiding had over de zgn tweede bokkenrijdersbende.
  • De identificatie is niet opvallend doordat de actie verplaatst is naar 1730-1740 de periode van de eerste bokkenrijdersbende.
  • Het boek heeft de allures van een bestseller met 4 herdrukken tot 1885 en een Franse en Duitse vertaling.
  • Het concretiseerde de vele volksvertellingen en mondelinge overleveringen rond het onderwerp, lag aan de basis van heel wat latere bokkenrijders en bovenverhalen. Zelfs het bekende boek van Victor Huys, Baekeland, of de rooversbende van ’t vrybusch (1860) is zonder het succes van Ecrevisse moeilijki denkbaar.

Van 1845 dateert eveneens zijn historische roman ‘Verwoesting van Maestricht’

  • Ecrevisse is er hier niet in geslaagd om de intrige in de geschiedkundige stof in te bedden:
    • De belegering en plundering van Maastricht in 1579 vormt zo goed als een apart verhaal, los van de liefde van Alexander Farnese voor de dochter van Lamoraal graaf van Egmond.
    • Kost wat kost wel hij de Vlaamse én katholieke identiteit van de Zuidelijke Nederlande beklemtonen, waardoor de Spaanse interventie nu eens veroordeeld, dan weer beaamd wordt.
    • In het inleidend hoofdstuk wordt Farnèse eerderr waarheidsgetrouw en niet zo vleiend geportretteerd, twee hoofdstukken verder toont het fictionele personage zich een voorbeeld van vroomheid en tolerantie.

1846: Verschijnt een verbeterde en vermeerde versie onder de titel: De drossaert Clerckx.

1846: Mede-oprichter en een drietal jaren medewerker van het Brusselse tijdschrift De Vlaemsche Stem (1846-1853), waar men pleitte voor samenwerking tussen liberalen en katholieken. Hij schreef hierin o a : Twee Origineelen, 1846.

1848 tot 1860: Nadat het ambt van vrederechter niet meer verenigbaar was met dat van provincieraadslid werd hij in 1848 verkozen tot lid van de Eeklose gemeenteraad. Dit ambt legde hij in 1860 neer, met het besluit zich aan de politiek te onttrekken en zich alleen nog te wijden aan zijn ambtsbezigheden en de letterkunde.

1848: Stichtte te Eeklo het bekende blad «De Eecloonaer» dat anno 2009 nog bestaat.

  • Zo was hij o.a. de medestichter der «Taalcongressen»,
  • Was  medewerker aan «Het Taelverbond». Hij  leverde daarin: Een tafereel uit de geschiedenis van 1813 en 1814
  • Publiceerde in het «Nederlandsch letterkundig Jaerboekje van 1846»: Koning Zwentibold.

Als trouw «geheel-Nederlander» drong hij reeds vroegtijdig herhaalde malen aan op een nauwere toenadering van het handelsverkeer tussen Noord- en Zuid-Nederland.

1858: Het Meilief van Geleen.

  • Brengt voor de laatste maal hulde aan zijn geboortestreek.
  • Deze historische en landelijke roman heeft het voordeel van een sterke vrouw. (vergelijk Trien uit de loteling van Conscience).
  • De dynamische handeling speelt zich af tijdens het napoleontisch bewind, wat de auteur de gelegenheid geeft om op het nationalistisch gevoel te werken door zijn anti-Franse gezindheid in de verf te zetten.
  • Naar het einde toe wordt ook de slag van Waterloo erbij betrokken, wat het verhaal enigzins verzwakt, maar door het relaas van de heldendaden van de Prins van Oranje, potentiële Nederlandse lezers kan behagen. Vergelijk Multatuli’s pamflet van 1865 De zegen Gods door Waterloo.

1860: De kanker der steden.

  • Ecrevisse als moraalridder, maar met interessante bladzijden voor de historicus en socioloog:
  • Het eerste hoofdstuk geeft een beschrijving van de stad Brussel in haar sociaal-geografische stratificatie omstreeks 1850: in het centrum en aan het kanaal een nijvere bevolking van Vlaamse arbeiders en middenstanders; in de bovenstad een Franssprekende bourgeoisie die de lakens uitdeelt, en zich door gedragspatronen van de modale Brusselaar disctancieert.
  • De auteur beschouwt deze elite als parasitair en trekt van leer tegen de Vlaamse nieuwwe rijken die uit geldzucht en oogverblinding letterlijk en figuurlijk hogerop willen, met als resultaat teloorgang van de eigen taal en zeden.
    • Het boek brengt het verhaal van zulk een mesalliance.
    • Als schets van een slecht huwelijk staat het werk in de Vlaamse romanliteratuur van zijn tijd thematisch vrij apart. Jammer dat de schreeuwerige melodramatiek aan de realistische observatie zo’n afbreuk doet

16 december 1879: Hij overleed schielijk op te Eeklo in de ouderdom van 75 jaar «om elf ure van den avond ten zijnen huize, staende op het Oosteindeken».

Langs de weg naar Nattenhoven staat een gedenksteen voor Pieter Ecrevisse, geplaatst ter gelegenheid van de herdenking van diens honderdste sterfdag in  1979.

Een kleine evaluatie

  • Pieter Ecrevisse was in zijn tijd een populaire volksschrijver. Hoewel zijn naam nu nog amper voorkomt in de literatuurgeschiedenissen, moet toch worden opgemerkt dat zijn boek De bokkenryders in het land van Valkenberg (1845) nog zeker tot in 1979 werd herdrukt.
  • Hoewel de zakelijke titel anders doet vermoeden, is het een gefantaseerd verhaal en heeft het weinig met historie te maken. In 1890 wond rijksarchivaris Flament zich er over op dat iemand in De Navorscher van 1889 het werk van Ecrevisse, speciaal de tweede druk uit 1853, als kennisbron voor de geschiedenis der Bokkerijders aanbeval. Dat was een geschiedkundige flater. Niettemin is Ecrevisse voortdurend heruitgegeven, tot in 1986 toe.
  • Zijn werk bestaat overwegend uit vlot vertelde historisch-romantische verhalen, waardoor hij vaak beschouwd wordt als epigoon van de Vlaamse romancier Hendrik Conscience. De handeling en het onderwerp spelen zich hoofdzakelijk af in Limburg. Men kan gerust stellen dat hij zich zeer met het land der «Bokkenrijders» verbonden voelde.

 

MEER OVER ECREVISSE

  • W. Sangers. Pieter Ecrevisse, de Limburgse Conscience (1954);
  • Pieter Ecrevisse-nummer van De Eik 4 (1979) 2, p. 67-158;
  • H.J. op den Kamp, ‘P.E. de Limburgse Conscience 1804-1879, dl. 1-3’, in: Maaslandse sprokkelingen 2 (1978-1979), 3 (1979-1980) en 5 (1981-1982);
  • A.M.P.P. Janssen, ‘Pieter Ecrevisse en de klassieke oudheid’, in Historisch jaarb. voor het land van Zwentibold, 2 (1981), p. 82-100;
  • H.J. op den Kamp. Pieter Ecrevisse. Maaslandse letterkundige, volksopvoeder, Vlaams strijder (1995);
  • H.J. op den Kamp. ‘Pieter Ecrevisse (1804-1879)’, in: G. Janssen e.a. (red.). Sittardse cultuurdragers, 1299-1999 (1999), p. 102-125.

 

Geraadpleegde bronnen

Websites

Referenties

  • Karel Wauters, Het Vlaamse fictionele proza van Conscience tot Loveling. In: Hoofdstukken uit de geschiedenis van de Vlaamse letterkunde in de negentiende eeuw. Deel I. Gent, KANTL 1999 pp.181-186.

 

BIBLIOGRAFIE

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Universiteitsbibliotheek – Katholieke Universiteit Leuven

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1844 De Teuten, eene zedenschets uit de XVIIIe eeuw. (roman) 

Verscheen eerder als feuilleton in ‘Vlaemsch België’
Brussel: C.J.A. Greuze. -189p.
1845 De Bokkenryders in het Land van Valkenburg. (roman) Brussel: Greuze. XIII.–396p. 

2e dr. 1854, 3e dr. 1864
1845 De Verwoesting van Maestricht. historische tafereelen uit de 16de eeuw. 2 dln (roman) Antwerpen: Drukkery J.E. Buschmann. –343p.
1846 Redevoering op Jakob van Artevelde
1846 De Drossaert Clercx, eene Omwerking der Teuten, in de Limburger Kempen: zedenschets uit de XVIIIde eeuw. Brussel: C.J.A. Greuze. –206p.
1850 Egmond’s Einde. Historisch romantisch verhael (bekroond)
1852 Laetste vaerwel aen Ferdinand van Hoorenbeke, greffier by het Vredegeregt te Eecloo Eecclo
1853 ‘Wat voorspelt ons de tegenwoordige staet des maetschappelyken huishoudens? ‘ In: Vlaemsche Bloemkorf, keus van stukken uit de beste schryvers. pp. 261-280 

Brussel: C.J.A.Greuze.
1853 ‘Het Vlaemsch-Duitsch zangverbond en de Kölnische Zeitung.’ In: Vlaemsche Bloemkorf, keus van stukken uit de beste schryvers. pp. 335-340. 

Brussel: C.J.A. Greuze.
1858 Het Meilief van Geleen, Limburgsche Zedenschets onder Fransch Beheer. (roman) Gent: Van Dooselaere. -207p.
1858 Verslag en voorstel betrekkelyk het herdelven der Eekloosche schipvaert. 

Een tafereel uit de geschiedenis van 1813-1814.
Eeklo: Ryffranck. -106p.
1859 De vadermoorder . Venetië in 1848 . De gemsenjager. (novellenbundel) 

‘De vadermoorder of misdaad en berouw’verscheen eerder in 1844 als feuilleton in ‘Vlaemsch België.
De twee overige novellen zijn bewerkingen van van een Duits origineel.
Brussel: C.J.A. Greuze. –300p.
1859 Patrik de walvischvaerder, naar Gerstacker, Norbertina, een zeeverhael, en de gebroeders de Witt. (novellenbundel) 

Deze drie novellen zijn een bewerking van een Duits origineel.
Brussel: C.J.A. Greuze. –299p.
1860 De Kanker der Steden. Een zedentafereel uit den huidigen tyd. (roman) Brussel: C.J.A. Greuze. –
1861 De Stiefzoon, een dramatisch verhael uit den tegenwoordigen tyd, 3 dln. (feuilletonroman) 

Over het lot van wees- en stiefkinderen.
Voor meer dan de helft schatpichtig aan een roman van de Duitse auteur Otfried Mylius.
Gent: Van Dooselaere. 3 dln.
1864 De nicht uit de Kempen : eene luimige zedenschets uit den tegenwoordigen tyd.(roman) 

Een zedenschets tegen hoogmoed. Prekerig maar door humor getemperd. Voorspelbaar, maar bij momenten rake observaties van het burgerlijke milieu.
Gent: Rogghé. -297p.
1878-1880 Volledige werken 9 dln. Antwerpen: Schuermans