home | Inloggen
Aantal schrijvers: 525 | Aantal boeken:

15394

D’Haese, Maurice

Maakt deel uit van:

Maurice D’Haese

Lede, 7 november 1919 – Aalst, 27 april 1981

Vlaams romanschrijver.

 Het existentialisme in zijn werk doet hem behoren tot de Tijd en Mens-generatie.

BIOGRAFIE

7 november 1919: Geboren te Lede.

  •  Werkte als landarbeider, pakhuisknecht, warenhuisbediende, maar kwam ten slotte in rijksdienst en eindigde zijn carrière als adjunct-adviseur bij het mijnwezen.

1950: Maurice D’Haese debuteerde in Tijd en Mens, van welk tijdschrift hij gesteund door Ben Cami en Marcel Wauters in 1950 mederedacteur werd.

  •  Be­hoorde samen met Jan Walravens, Remy C. van de Kerckhove, Ben Ca­mi, Hugo Claus en Louis Paul Boon tot de kernredactie van het tijdschrift Tijd en Mens (1949-1955). Samen met deze auteurs leidde hij een (r)evolutie in die tot op de dag van vandaag de Vlaamse literatuur be­paalt. Toch is hij een vergeten au­teur, vooral omdat hij, in tegenstel­ling tot zijn collega’s, op enkele limericks na, geen poëzie geschre­ven heeft. Maurice D’Haese heeft zich bovendien nooit echt voor het li­teraire leven geïnteresseerd. Zijn vriend Marcel Wauters heeft hem moeten overhalen tot de redactie van het tijdschrift Tijd en Mens toe te treden. Desondanks bleef zijn stoel op de redactievergaderingen meest­al leeg.
  •  Zijn eerste verhaal “Het ro­zenhoedje” verscheen in 1950 in het derde nummer van Tijd en Mens. De andere werden in hetzelfde tijd­schrift, maar enkele ook in De Vlaam­se Gids en Taptoe afgedrukt.
  •  De ver­halen van Maurice D’Haese werden in 1961 voor het eerst gebundeld en bij de uitgeverij De Sikkel in Antwerpen uitgegeven. In 1962 probeerde de stad Aalst Maurice D’Haese tot nieuw werk te stimuleren door hem de Dirk Martensprijs te verlenen. Toch verscheen er buiten het korte verhaal Het onding, enkele limericks en een TV-spel niets meer van zijn hand. Eerst in 1981, na zijn dood, kwam er van zijn verhalenbundel een tweede vermeerderde oplage uit, met een inleiding van Heere Heeresma.

1952: Romandebuut met De heilige gramschap, een roman over het verzet, maar vooral over de tragiek van de vereenzaamde mens en de zinloosheid van het bestaan.

  •  Voorafdrukken van De Heilige Gramschap verschenen in Tijd en Mens nummer 5 en 9/10, onder de titels De Heilige Gramschap resp. De doodskisten.
  •  Deze roman werd in 1953 bekroond met de Arkprijs van het Vrije Woord. D’Haese lijkt beïnvloed door de  Franse existentialisten Albert Camus en Jean Paul Sartre.

1957: Publicatie van de roman De witte muur.

1961: Publicatie van de bundel Verhalen, waarvoor hem de Dirk Martensprijs werd toegekend.

  • Weerom speelt het element van vervreemding een belangrijke rol en hier lijkt vooral Franz Kafka de inspiratiebron.
  • Van deze bundel verscheen in 1981 een herdruk, ingeleid door Heere Heeresma.  In 2002 werd hij opgenomen in de reeks Vlaamse bibliotheek.
  •  Ondanks deze bekroningen werd het werk van D’Haese weinig gelezen. Hij heeft dan ook lange tijd gezwegen.

1981: Vlak voor zijn dood publiceerde D’Haese nog een tv-spel in De Vlaamse Gids.

27 april 1981: Overleden te Aalst

BEKRONINGEN

  •  1953: Arkprijs van het Vrije Woord voor De heilige gramschap.
  • 1961: Dirk Martenprijs voor Verhalen.

 

OVER MAURICE d’HAESE

  •  B. Bartman: Studie over de verhalen van de Vlaamse auteur Maurice d’Haese, Keulen 1981. Deze uitstekende ongepubliceerde verhandeling over het werk van Maurice d’Haese, bevat eveneens een complete bibliografie op het werk van deze auteur. (geciteerd in Uffelen, Herbert Van – De Heilige Gramschap van Maurice d’Haese, de poëtica en het engagement van Tijd en Mens) In: De Vlaamse Gids – 73e jg., nr. 3, mei juni, – 1989, 14-25).

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • Paul de Wispelaere, Te vuur en te paard. In:  Het Perzisch tapijt; p. 182-189.

SMAAKMAKER

DE JUKE-BOX

Voor de kroeg van Betti Paradijs stopte met een vreselijk geknars een zwart en scheef wagentje. Het voerde een nutteloos en ingewikkeld parkeermaneuver uit, doofde zijn lichten en bleef dan dwaas en onooglijk staan. Maar er kwam niemand uit te voorschijn. De deur van de kroeg sloeg open, de zware dreun van de juke-box bonkte door de nacht en een paar dronken meiden vielen giechelend en hoestend naar buiten. Ze zwegen even toen ze het wagentje zagen en zwijmelden er dan nieuwsgierig op af. Ze poogde door de voorruit naar binnen te kijken maar het was stikdonker in het tuig en alles bleef dicht. “Dat is Bobby” zei één van de meisjes. “Dat is Bobby Kombak, die al de uren hoort slaan op de kerktorens.” Ze lachten huizenhoog, staken hun buik vooruit en grepen elkander vast. Doch het wagentje bleef potdicht en geheimzinnig voor de kroeg staan. “Bobby,” riep het eerste meisje met haar gezicht tegen de ruit, “kom eruit, je krijgt een zoen van mij.” – “Doe open, Satantje,” zei de andere, “en laat me erin. We rijden naar de hel.” Ze lachten weer en kromden zich als bogen. Toen er nog steeds geen beweging kwam, gingen ze weifelend naast het wagentje staan.

Toen flapte ineens het portier open, een pikzwarte hond sprong naar buiten, en liep op de deur van de kroeg toe. De meiden gilden als vermoord en verdwenen om de hoek van het huis. Toen ging ook het andere portier open en een lange, blonde man in een trui dook uit het wagentje op. Hij wierp zijn sigaret in de goot, keek een ogenblik naar de roodverlichte gevel en stapte dan met trage passen op de kroeg toe.

De juke-box gromde de laatste diepe bastoon van de speelplaat toen de man de deur opende. Hij bleef in de deuropening staan, keek even rond en zei: “Hier is een man met een hond, die graag de calypso zou leren.”

Uit: Verhalen z.j. [1961]

In “Het Perzische tapijt” p. 187-188, schrijft Paul De Wispelaere:

 Ook in het fantastisch verhaal ‘Het vuur’ – het mooiste misschien uit de bundel [verhalen] – treedt diezelfde vermenging op van realistische en imaginaire elementen, van menselijk drama met poëtisch gecreëerde vervoering. De jongens Sabinus en August leggen op het modderig erf een vuurtje aan en intussen is hun verbeelding vervuld van Maria. Nadat het vuur zich plotseling als een verslindend beest heeft opgericht en terwijl hoeve en stallen in lichtelaaie staan, zitten de twee jongens doodsbang verborgen op de zolder onder een hoop zakken en nu weer, in het opperste ogenblik, grijpt de verbinding plaats van dood en zalige verrukking: ‘Ze hielden hun ogen dicht, het was warm, ze dachten aan Maria, hoe ze altijd zo recht en huppelend met haar borsten over de kareelweg liep… Het werd nu heel, heel warm onder de zakken. Daar was Maria. Ze klom door het dakraam, ze was als een grote, roze vlam, die door het dakraam klom en vliegensvlug over de zolder begon te rennen. Dan ging zij ergens neerzitten, niet ver van hen. Ze wiegde haar groot, schoon lichaam in haar roze pullover heen en weer en keek hen met haar stralende ogen aan.’

 

BIBLIOGRAFIE

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar   Titel Fotogalerij   Uitgeverij 1ste druk
 1952  De heilige gramschap. (roman)  Amsterdam: Uitgeversmaatschappij Holland. -207p.

Afmetingen: 20 x 12.50 (gebonden met stofomslag)
 1953  De Vader. (novelle)  Uitgever: De Vlaamse Gids. -9p.

Afmetingen: 24.50 x 17 (geniet)
 1957  De witte muur. (roman)  Den Haag: N.V. Daamen. / Antwerpen: De Sikkel N.V. -113p.

Afmetingen: 21.50 x 14.50 (gebonden met stofomslag)
1961 De terechtwijzing. Een surrealistisch verhaal (verhaal) Michiels 26 Uit de bundel: Dertien Vlamingen. pp. 80-92.

Proza bijeengebracht en ingeleid door Ivo Michiels.
Uitgeverij De Bezige Bij Amsterdam/ Uitgeverij Ontwikkeling Antwerpen. -165p.
Afmetingen: 18 x 10.50 (pocket)
 z.j.
[1961]
 Verhalen. (verhalen)

Tekeningen en omslagontwerp: Eric Rosiers.
1971: Het verhaal ‘Het paard’ wordt opgenomen in de verhalenbundel ‘54 Vlaamse Verhalen’, deel 2, samengesteld door Marnix Gijsen en Karel Jonckheere.pp  71-76.
1981: 2de vermeerderde druk als GMP nr 218, Elsevier/Manteau, Antwerpen.
2002: Heruitgave als nr 20 in de reeks Vlaamse Bibliotheek, uitgeverij Houtekiet, Antwerpen.
 Antwerpen: De Sikkel./ Amsterdam: Heijnis N.V. -154p.

Afmetingen: 20.50 x 14.50
1964 Das Pferd und andere Geschichten.

Vertaler: Mira Dingen-Hinterkausen.
Munchen: C. Hanser. -109p.

Reeks: Proza viva nr 10
1971 Het onding. (Verhaal) In: De Vlaamse Gids, 55ste jg. Nr 2 februari 1971. 2-3p.
1975 Vijftien limericks en een koldergedicht. In: De Vlaamse Gids, 59ste jg. Nr 4 juli/aug. 1975. 20-22p.
1981 De minnaars (TV-spel) In: De Vlaamse Gids, 65ste jg. Nr 2 maart/april 1981. 44-52p.
 POSTHUUM
1981 Verhalen. (verhalen)

2de vermeerderde druk van de gelijknamige verhalenbundel uit 1961
Antwerpen: Elsevier Manteau. -147p.

Reeks: Grote Marnixpocket nr 218.
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
2002 Verhalen. (verhalen)

Heruitgave (= 3de druk) van de gelijknamige verhalenbundel uit 1961
Antwerpen: Houtekiet. –181p.

Reeks: Vlaamse bibliotheek vol. 20