home | Inloggen
Aantal schrijvers: 535 | Aantal boeken:

15559

De Roover, Adriaan

Maakt deel uit van: ,

Adriaan de Roover

Mortsel, 13 februari 1923 – Antwerpen, 20 september 2016

De Roover 0

Ps. van Felix Adriaan Arnold de Rooy,  dichter en essayist.

Behoort tot de Vijfenvijftigers, meer bepaald tot de `experimentelen’ van het tijdschrift De Tafelronde (vanaf 1953), waarvan hij een van de belangrijkste woordvoerders is.

Is een dubbeltalent die zijn dichtkunst ook via grafische middelen wil visualiseren

Jarenlang pelgrimeerde hij langs de wegen naar Santiago de Compostela, en legt als fotograaf een collectie aan van duizenden dia’s over de Romaanse architectuur en beeldhouwkunst. Het resultaat is een prachtig boek ‘Ontmoeting met de romaanse kunst’. waarin hij zijn fascinatie voor deze dikwijls onbekende kunst in woord en beeld uitschrijft.

 

BIOGRAFIE

13 februari 1923: Geboren te Mortsel als Felix Adriaan Arnold de Rooy.

  • Studeerde aan het Sint Aloysiusinstituut te Mortsel en aan de toneelschool te Antwerpen.

1946 tot 1951: Leraar Engels en Duits in een privéschool.

1946: Richt samen met Manu Ruys, Ivo Michiels , H. Storm (= P. de Vree) en Albe het tijdschrift GOLFSLAG (1946-1950) op, dat in de literaire geschiedschrijving geboekstaafd staat als strijdbaar katholiek, uitgesproken reactionair, flamingantisch en romantisch-idealistisch (protest tegen de onrechtvaardigheid van de repressie), wat niet betekent dat “de moderne wereld én dito kunst” automatisch buitengesloten werd.

1947: Debuteert met ‘Verzen uit de grabbelton’.

1948: Publicatie van de bundel ‘Kassandra’, en het essay ‘De doodsgedachte in de moderne noord-nederlandse poëzie’. Beide publicaties verschijnen in de poëziereeks ‘Mens en muze’, , die hij – in de marge van het tijdschrift ‘Golfslag’ – die hij samen met Paul de Vree en Ivo Michiels opricht.

1951 – 1958: Vertaler op de Ambassade van Pakistan

1953 – 1963: Treedt toe tot de redactie van ‘De tafelronde’ en wordt er één van de woordvoerders van de experimentele poëzie.

  • Aanvankelijk was het tijdschrift georiënteerd op traditionele poëzie, maar vanaf 1954 ging het geleidelijk aan richting modernisme en experiment
  • Vanaf 1957 verlaten de traditioneel georiënteerde redactieleden (o.a. Karel Vertommen, Paul Lebeau ea) het tijdschrift. De nieuwe redactie bestaat uit jongeren als Adriaan Peel, Rudo Durant, Jan van der Hoeven en natuurlijk ook Adriaan de Roover en Paul de Vree.
  • Doorbraak 1958 en 1959 met telkens een speciaal nummer ‘Gedicht en Grafiek’ waarin de redactie een balans wilde opmaken van de levende poëzie en kunst.
  • ‘Poëzie en Grafiiek ‘58’ werd samengesteld door Adriaan de Roover en Paul de Vree samen, ‘Poëzie en Grafiek ‘59’ door de Roover alleen

1953: Zijn eerste bundel zg. experimentele poëzie ‘Woordschurft’ verschijnt. Heel wat jonge dichters zoals Nic van Bruggen en Paul Snoek worden er door beïnvloed.

  • ‘Woordschurft’ is de bundel waarmee Adriaan de Roover zich, na een traditionele start en na zijn idealistische Golfslag-periode, op het experiment werpt. Een experiment dat hij overigens rond dezelfde tijd met gloed verdedigt in de rangen van ‘De Tafelronde’.

De reacties zijn heel uiteenlopend

  • Jan Walravens in de Vlaamsche Gids (1954) heeft het over de ‘revelatie’ van Colibrant: “het gaat hier doodgewoon om een houding van de dichtkunst, die er genoeg van heeft de poëzie verder te laten prostitueren, te laten voortdansen, bedoeld is voortkadansen ‘in haar schaamrok van rijmen’”
  • Jos de Haes in DWB (1954): “De apostelen van de originaliteit door dik en dun draaien zichzelf een rad voor de ogen als zij in de geforceerde karpersprongen van hun verbeelding steeds maar revelaties menen te zien. Wat zij voor oorspronkelijkheid houden is dikwijls maar een verbluffende exhibitie, een wijze van doen, een verzameling niet altijd zelf gevonden trucjes en knepen”

Oordeel zelf

Uit: Woordschurft. Lier 1653, Colibrant

 

Aan de zomen van hun slapeloze meren
van hun betraande nachten
van hun morgenjeuksel
en hun welverzorgde passies
danst een hoer die poëzie is
in haar schaamrok van rijmen
danst de poëzie
koolwitjes worden haar wangen
verdronken torren haar ogen
dode roodborstjes haar lippen
en stervend moet zij blijven dansen
en dansend moet zij blijven sterven
in haar schaamrok van rijmen
Ik mocht haar schaken kunnen
en lokken in dit binnenland
waar dichters geen dichters zijn
en ongeboren namen naar de dingen tasten
Waar woorden geen slaven zijn

 

1955: Hij bundelt zijn kritische beschouwingen over de avant-garde poëzie in het essay ‘2x over poëzie’ (Bladen voor de Poëzie) en schrijft een studie over de dichter Georg Trakl. Deze wordt bekroond met de Dr. Jules Persijnsprijs.

1958: Verschijning van een studie ‘Paul Van Ostayen en de absolute lyriek’, bekroond met de essay-prijs van de provincie Antwerpen.

1959 – 1985: Copywriter op de internationale reclamebureaus Lintas en Moussault.

1960-1963: Deelname aan verschillende experimentele poëzietentoonstellingen. O.a. in het Antwerpse Hessenhuis en in het Archief en Museum voor het Vlaamse cultuurleven.

  • Van Adriaan de Roover werden bvb gedichten op glas geplakt of op een naaibuste genaaid.

1961: Bundel ‘Testvliegen’. In de poëzie staat het ongeremde, zintuiglijk bepaalde taalexperiment centraal. De dichter poogt het rationele zoveel mogelijk uit te schakelen. Gelijkaardige experimentele poëzie kunnen we lezen in de bundel ‘Vvrede gedichten’ (1965)

1962: Poëziemap ‘Hommage à l’Engelbert van Anderlecht’ met zeefdrukken van Guy Vandenbranden

1963: De dominante positie van Paul de Vree binnen het poëziegebeuren, ontketent uiteindelijk een opstand, die haar neerslag vindt in het pamflet van Adriaan de Roover e a ‘De Vree, de dood van een kritikus’. Het pamflet besluit: “Wij doen niet mee. Wij willen proper zijn. Wij willen niet sociaal blinken. De VENT Paul de Vree is gestorven. Wij hebben hem begraven.”

De Roover wordt uit de redactie van De Tafelronde geschrapt en verdwijnt voor 20 jaar van het literaire toneel.

De dichter hangt zijn lier aan wilgen en wijdt zich uitsluitend aan de studie van de Romaanse kunst en iconografie. Al pelgrimerend langs de wegen naar Santiago de Compostela, legt hij als fotograaf een collectie aan van duizenden dia’s over de Romaanse architectuur en beeldhouwkunst.

  • Hieruit zal hij kunnen putten voor zijn audio-visuele presentatie voor de tentoonstelling over Santiago de Compostela in 1985 te Gent, en voor zijn  boek ‘Ontmoeting met de romaanse kunst’ in 2007.

1984: Pas in 1984 –   na ruim 20 jaar poëtisch stilzwijgen – maakte hij een opmerkelijke literaire comeback. Niet enkel publiceerde hij opnieuw poëzie met de bundel ‘Als een mes in een huis vol gekken’, tevens begon hij zijn gedichten ook grafisch te visualiseren.  Het is hem erom te doen om het geheim van de lyriek ook met grafische middelen te benaderen; waarbij zijn aandacht vooral uitgaat naar de plastische evocatie van letters, woorden of woordassociaties en naar kleur-visualisaties van gedichten of fragmenten van gedichten.

Zijn visuele poëzie is internationaal bekend en wordt regelmatig tentoongesteld.

1985: Creëert in het kader van Europalia-Espana 1985, in de Sint-Pietersabdij te Gent een audio-visuele presentatie voor de tentoonstelling over Santiago de Compostela.

1986: Ontvangt voor zijn ‘Poëzieprenten’ de prijs van de VZW Kunstenaarsdorp Latem.

1987: Bundel ‘Ik ruik de sterren al’ en de bundel ‘Mijn eiland Mallarmé’ en zijn monografie over de graficus Jan Verheyden.

1988: Neemt deel aan de tentoonstelling ‘Het verbeelde woord’ in de Universiteitshallen te Leuven.

1998: Ter gelegenheid van zijn 75-ste verjaardag verscheen de verzamelbundel GEDICHTEN 1953-1998, waarin alle experimentele dichtbundels werden samengebracht, aangevuld met een cyclus ongepubliceerde gedichten ‘mijn eiland mallarmé’.

  • Tevens organiseert de bibliotheek van Merelbeke een overzichtstentoonstelling van De Roovers grafisch werk. Op de marmeren wand van de bibliotheek wordt de volgende tekst van hem in gouden letters gebeiteld: “Geen enkele censuur heeft de dichter ooit doen zwijgen”.
  • In zijn poëzie is De Roover vooral geboeid door de magie van het woord.
  • Zijn lyriek kenmerkt zich door een sterk non-engagement en een grote voorliefde voor de jazz-muziek.

2011: Publicatie bij Uitgeverij Demian te Antwerpen van de bundel Enkelvoudig Blauw. Dit zal de laatste bundel gedichten blijken te zijn die nog tijdens zijn leven van de persen rolt.

Zet zijn come-back kracht bij door een optreden op de Nacht van de Poëzie.

22 april 2011: Adriaan de Roover krijgt een Antwerpse Gedichtenmuur.

  • Het gedicht ‘Mijn stad’ komt in een ontwerp van Jelle Jespers in reuzenletters op een flatgebouw aan de Gloriantlaan, op de linkeroever. De schrijver zelf was blij met de keuze van ‘‘mijn stad’, ook al omwille van de impliciete verwijzingen naar zijn geboorteplaats op Linkeroever.
mijn stad
 
de bomen hebben zachte groene hersenen
en het water heeft een huid van glas
met lange tanden
eet mijn stad haar monumenten op
haar holle koningen
op een koperen paard
 
met mijn buik vol gedichten
loop ik door
de breedsprakerige straten
en tel de vogels
die als gevleugelde woorden
op de daken zitten
 
hier kan ik oud worden
als een kei in diep groen water

 

20 september 2016: Overlijdt op drieënnegentigjarige leeftijd in Antwerpen. De Roover leed aan de ziekte van Parkinson, maar bleef tot op hoge leeftijd een gedreven dichter.

Een mogelijke evaluatie van zijn dichterschap:

  • Behoort tot de Vijfenvijftigers, meer bepaald tot de `organisch-experimentelen’ van het tijdschrift De Tafelronde (vanaf 1953), waarvan hij een van de belangrijkste woordvoerders is. Samen met hen wijst hij de dienstbaarheid van de poëzie aan maatschappij of ideologie van de hand, en erkent hij het absolute karakter van de poëzie. Zijn essay 2 x over poëzie (1953) kan als manifest voor deze experimentele dichters worden beschouwd.
  • Hij spitst zich toe op een – vaak gewaagde – verkenning van de taal, en geeft op die manier een diepere betekenis aan het scheppen van taal en o.a. van een `beeldspraak die rechtstreeks ingrijpt in de bestaanszin zelf van het gedicht’. Zo komen niet zelden de diepere gronden van het onderbewustzijn bloot te liggen, zoals hij zelf betoogt in voornoemd essay.
  • De poëzie van De Roover vertoont raakpunten met andere vormen van vrije expressie zoals de jazz of de abstracte schilderkunst. Zijn dichtbundels Woordschurft (1953) en Testvliegen (1961) zijn geslaagde illustraties van zijn ars poëtica.

Uit: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs (1985)

 

BEKRONINGEN

  • 1948:  Prijs Provincie Antwerpen 1948 voor ‘De Doodsgedachte in de Noordnederlandse Poëzie’
  • 1955: Jules Persijnprijs voor Notities bij het werk van G. Trakl.
  • 1961:  Essay-prijs van de Provincie Antwerpen voor ‘Paul van Ostaijen en de absolute lyriek.’
  • 1986, Prijs van de vzw Latem Kunstenaarsdorp voor een serie poëzieprenten

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties:

  • Hugo Brems en Dirk De Geest, Barbaar in mijn mond. Poëzie in Vlaanderen 1955-1965 (Leuven 1989, Acco)
  • Paul Demets, Adriaan De Roover: levenslang veroordeeld tot poëzie. In: De Morgen uitgelezen 27 april 2011 p.34.

 

SMAAKMAKER

mijn geluk

zo raak ik mijn geluk
in geen duizend verzen kwijt
ik ken de gebarentaal der bomen
en schrijf op elk blad
een ander woord
tot elke taal is uitgeput
tot alle letters zijn verbruikt
 
dit is mijn geluk
dat ik volslagen nutteloos
onkenbaar
als een blad
aan de grote boom verdwijn
 
dit is mijn geluk
eer alle bladeren zijn geteld
is mijn zomer allang voorbij

 

gerry mulligan

hoor zo
de donkere octaven
van een traag opwindend leven
in koelen bloede
de moorden door de vingers kijken
en de lippen plooien
als een bloemeter
in een saksisch park
weerlozer uur na uur
scheuren de schrikdraden
tot wuivend geluid

 

BIBLIOGRAFIE

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent
    • Naast de Poëzieshop biedt het Poëziecentrum voor liefhebbers van antiquarische kleinoden ook een uitgebreid aanbod modern antiquariaat aan. Recentelijk werd het aanbod uitgebreid tot meer dan 3500 titels èn werden alle prijzen geherwaardeerd. Je vindt een overzicht van al de antiquarische titels op Antiqbook.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

De bibliografie bestaat uit twee delen: het chronologische overzicht van de gepubliceerde werken en bij uitzondering een lijst van secundaire publicaties over de schrijver en zijn dichtbundels.

Chronologische overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1947 De doodsgedachte in de moderne Noordnederlandse poëzie: essay en bloemlezing. (essay)
Bekroond met de Debuutprijs van de Provincie Antwerpen.
Antwerpen: Uitgeverij De Brug. -107p.
Reeks: Mens en Muze vol 5
Colophon: Als vijfde nummer in de eerste reeks “Mens en Muze”, onder de redactie van Ivo Michiels, Paul de Vree, Adriaan de Roover, voor de Uitgeverij “De Brug” te Antwerpen gedrukt op de persen van de Drukkerij M. Th. van Ael in de maand Mei van het jaar 1947. De eerste oplage bedraagt zes-honderd exemplaren, genummerd van 1 tot 600. Dit is nr: 135
Drukkerij: M. Th. Van Ael. Prijs: 55 fr.
1947 Verzen uit de grabbelton. (poëzie)

  De Roover 9

De Roover 10 Antwerpen: Uitgeverij Van Maerlant (Isabellalei, 6) . -31p.
Reeks: een nieuwe lente. Vol 2
Afmetingen:21 x 15.20 (ingenaaid – harde kaft)
Tevens: 24 x 15.20 (gebonden – harde kaft)
Colofon: van deze bundel werden in oktober 1947, op de persen van de Drukkerij Sanderus te Oudenaarde 50 luxe exemplaren gedrukt genummerd van 1 tot 50.
Dit is nummer 23. (getoond onder ‘Fotogalerij’)
1948 Kassandra. (poëzie)
Twee pentekeningen: A[lberto] Setola.
De Roover 11 Antwerpen: De Brug. -39p.
Reeks: Mens en Muze vol 2:3
Afmetingen:19.40 x 15.50 (ingenaaid)
Colophon: Als derde nummer in de tweede reeks ‘Mens en Muze’, onder de redactie van Ivo Michiels, Paul De Vree, Adriaan de Roover, voor de Uitgeverij De Brug te Antwerpen gedrukt in de maand Juli van het jaar 1948.
De eerste oplage bedraagt 250 exemplaren genummerd van 1 tot 250. Dit is nummer 1.
Druk: Die Poorte, Antwerpen. Prijs: 40 fr.
1952 Victor Roelens: de Vlaamse Lavigerie. (essay) Antwerpen: Uitgaven Nieuw Afrika -287p.
1953 De Juwelier – gedichten. (poëzie) Antwerpen: in het tijdschrift  ‘De tafelronde’. Jrg. 1 nr. 2
1953 Woordschurft. (poëzie) De Roover 5 Lier: Colibrant. -43p.
Afmetingen: 16.70 x 11.30 (ingenaaid)
Colophon: ‘Woordschurft’ werd in opdracht van Colibrant-uitgaven gedrukt op de persen van die poorte te Antwerpen in de herfst van het jaar 1953 op Antique Wove papier en uit de baskerville letter. De oplage bedroeg 300 genummerde exemplaren. Dit is nummer 91.
1955 2 x over poëzie. (essay) Lier: Bladen voor poëzie. -48p.
Reeks: Bladen voor poëzie 3de jg. nrs. 2-3
1955 Notities bij het werk van G. Trakl. (essay) Antwerpen: Uitgeverij Standaard. -67p.
Verhandeling van de katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding. Vol 441.
1956 Gabriël De Pauw. (essay) Antwerpen: Van Ditmar. -14p.
1958 Paul van Ostaijen. (essay)
Bekroond met de Essay-prijs van de Provincie Antwerpen in 1961.
Brugge: Desclée De Brouwer. –60p.
Reeks: Ontmoetingen.vol 1
1958 Kennismaking met Pierre Kemp. (essay) Leiden: Uitgeverij Dimensie.
1958 Gedicht en grafiek. (essay)
Anthologie samengesteld door Adriaan de Roover en Paul de Vree.
Merksem: De tafelronde.
Reeks: De Tafelronde 4(1957/58)6
1961 Testvliegen. (poëzie)
Deeltitels: Jazzing the words; De verdwenen dichter
Typografie en druk excelsior Antwerpen.
De Roover 4 Antwerpen: Ontwikkeling. -55p.
Reeks: Ontwikkeling nr 178
Afmetingen:19.90 x 12.50 (ingenaaid)
Colofon: In het najaar van 1961 werd ‘Testvliegen’ van Adriaan de Roover gedrukt op de persen van drukkerij “Excelsior” in opdracht van uitgeverij ontwikkeling beiden te Antwerpen.
De oplage bedroeg 300 exemplaren.
1962 Hommage à Englebert van Anderlecht. (poëziemap)
Met zeefdrukken van Guy Vandenbranden.
 Antwerpen: Ausloos & Payot. -
1965 VVrede gedichten. (poëzie)
Deeltitels: Hommage à Englebert van Anderlecht; Birdland Wordland.
De Roover 6 Deurle/Leie: Colibrant.. -75p.
Afmetingen:16.30 x 13.20 (gebrocheerd)
Colophon: Deze bundel van Adriaan de Roover werd in de maand november van het jaar 1965 gedrukt op de persen van Drukkerij Erasmus/Ledeberg in opdracht van Colibrant-uitgaven Deurle, gezet uit de Italian Old Style-letter en op houtvrij editiepapier; lay-out en band werden door Colibrant verzorgd.
1984 Als een mes in een huis vol gekken. (poëzie)
Deeltitels: De terugkeer; Negen sprookjes; Bluesy words; De afreis.
De Roover 7 Gent: Poëziecentrum vzw. -44p.
Reeks: Bladen voor poëzie –jrg.32, nr.2 [tweede serie]
Afmetingen:20.20 x 13.20 (ingenaaid)
1986 Jan Verheyen. (monografie) Puurs: uitgave Gemeentebestuur.
1987 Ik ruik de sterren al. (poëzie)
Deeltitels: Het land van onraad; Waar ligt het paradijs?; De spraakkunst van de liefde.
Omslagontwerp: Dooreman & Hendryckx.
 De Roover 8 Gent: Poëziecentrum vzw. -47p.
Reeks: Bladen voor poëzie –jrg.35, nr.3 [tweede serie]
Afmetingen:20.80 x 13.20 (ingenaaid)
Colofon: ‘Ik ruik de sterren al’ van Adriaan de Roover werd gedrukt in opdracht van het Poëziecentrum vzw te Gent, op de persen van de Drukkerij Sanderus pvba te Oudenaarde, in de maand oktober 1987.
1987 Mijn eiland Mallarmé. (poëzie) Niet gepubliceerd.
1998 Gedichten 1953-1998. (poëzie)
Omslagfoto: Frank Phillipi.
Deze uitgave bevat de afzonderlijk verschenen bundels ‘Woordschurft (1953); ‘testvliegen’ (1961); ‘vvrede gedichten’ (1965); ‘als een mes in een huis vol gekken’ (1984); ‘ik ruik de sterren al’ (1987). ‘Mijn eilend Mallarmé’ verschijnt hier voor het eerst.
De Roover 3 Antwerpen: Demian. -277p.
Afmetingen: 20 x 12.50 (gelijmd)
Colofon: Gedichten 1953-1998 van Adriaan De Roover verscheen in het ajaar van 1998 ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de dichter en werd gerealiseerd door het antiquariaat Demian te Antwerpen
De oplage bestaat uit 600 exemplaren. 150 ervan zijn door de dichter genummerd en gesigneerd. Hiervan zijn 15 exemplaren in (zwart) linnen gebonden en voorzien van een handgeschreven gedicht.
2000 Paul van Ostaijen, dichter en flamingant. (essay)
In: Liber Amicorum Piet Tommissen.
 La Hulpe: Uitg. Apsis.
2002 De genese van de lyriek: dertien gedichten. (poëzie)
Met nawoord van Geert Buelens.
Foto van De Roover: Katell Bertrand.
 De Roover 2 Antwerpen: Demian. -Niet gepagineerd. [39p.]  1 losse bijlage in de 13 gebonden luxe-exemplaren.
Afmetingen: 21 x 15 (ingenaaid)
Colofon: De genese van de lyriek verscheen in het voorjaar 2002 bij Demian te Antwerpen. De oplage bestaat uit 263 genummerde exemplaren. De eerste dertien werden ingebonden en Romeins genummerd, deze bevatten telkens één handgeschreven gedicht. Alle exemplaren werden door de dichter gesigneerd.
Nota: Bij verschillende exemplaren werd door mij vastgesteld dat dit laatste niet is gebeurd. 
2004 Halewijnlaan. Schoten: Het Gonst. -
2006 Als een bezetene, maar dan veel lieflijker: brieven 1956-1962. Pierre Kemp & Adriaan de Roover. (brievenboek)
Bezorgd en ingeleid door Wiel Kusters ; met een terugblik van Adriaan De Roover.
 Nijmegen: Van Tilt -271p.
2007 Ontmoeting met de romaanse kunst langs de wegen en zijwegen naar Santiago de Compostela. (essay)
Geïllustreerd met 335 foto’s van de auteur
Inleiding: Dr. Mireille Madou.
Eindredactie: Martin Kellens.
Omslagfoto: Mark Struyf: Abdij van Le Thorone (Var), Frankrijk
Foto auteur: Tony De Ceurt
Prachtige, zeer uitgebreide z/w illustratie + kaart : verspreidingsgebied van de romaanse kunst.
 De Roover 13 Mechelen: Vlaams Genootschap van Santiago de Compostela. -303p.
Afmetingen: 28 x 21 (gebrocheerd)
Vormgeving en opmaak: Typeface Leuven
Druk- en bindwerk: Drukkerij Wilco, Amersfoort
2008 Brieven van Adriaan De Roover aan Herwig Leus. (brievenboek) Antwerpen: Demian/Schoten: Het Gonst. -25p.
Reeks: Deel van: Kleine correspondenties. – Antwerpen; vol. 1
2011 Enkelvoudig Blauw. (poëzie)
Omslagontwerp en typografie: Jelle Jespers.
 De Roover 1 Antwerpen: Demian. -44p.
Afmetingen:27 x 20.40 (gebrocheerd)
Colofon: Enkelvoudig Blauw van Adriaan De Roover verschijnt in het voorjaar van 2011 bij Demian te Antwerpen. De oplage vestaaat uit 400 exemplaren.
Druk: omslag Polyprint te Herzele – Binnenwerk: Baskerville te Wilrijk.

 

OVER  ADRIAAN DE ROOVER

Besprekingen (in kranten, tijdschriften en essay-bundels)

DE DOODSGEDACHTE IN DE NOORDNEDERLANDSE POEZIE (1947)

  • Urbain van de Voorde in De Standaard, 20 juli 1947
  • Albert Westerlinck in Dietsche Warande en Belfort, jrg.48/9 – 1947, pp.581-590
  • Paul Haimon in Golfslag, jrg.2/6-7 – 1948, pp.291-293
  • J.T. in Gazet van Antwerpen, 17 mei 1948
  • Dr;Joris Caeymaex in boekengids, 1947 nr.28.597

KASSANDRA (1948)

  • Arthur Botte in De Spectator, 8 oktober 1948
  • Ivo Michiels in Het Handelsblad,9 april1949
  • Steven Riels (Paul De Vree) in Golfslag, jrg.3/4 – 1949, pp.131-134
  • Sirius (Urbain van de Voorde) in De Standaard, april 1949
  • Juliaan Haest in Boekengids, 1949 nr.29.723

WOORDSCHURFT (1953)

  • Reimond Herreman in Vooruit, 8 en 9 december 1953
  • Valere Lamsens in Gazet van Antwerpen, 2 februari 1954
  • Urbain van de Voorde in De Standaard, 6 februari 1954
  • Hubert van Herreweghen in De Nieuwe Gids, 14 februari 1954
  • Andries Dhoeve in De Periscoop, jrg.4/4 – februari 1954
  • Jo de Prins in Nieuwe Stemmen, jrg .10/5 – februari 1954
  • André Demedts in B.N.R.O. Radio Kortrijk, 21 maart 1954 te 11 u.
  • Jos de Haes in Dietsche Warande en Belfort, jrg. 54/5 – 1954, pp.290-297
  • Frank Liedel in De Tafelronde, jrg. 2/3-4- 1954, pp.153-157
  • L. Weynants in Deze Tijd, II/6, 1954
  • Paul De Vree in Throw-in, 1959, pp.7-10

2 X OVER POEZIE (1955)

  • Lieven Rens in Nieuwe Stemmen, jrg.12/1 – oktober 1955, pp.23-28
  • Veldeke in ft Pallieterke, 1 december 1955
  • Paul Meyers in De Unie, 30 december 1955
  • Rudo Durand in De Tafelronde, jrg. 3/3- augustus 1956, pp.140-142
  • Piet Thomas in Dietsche Warande en Belfort, jrg.1 05/8 -oktober 1960, pp.594-599
  • Paul De Vree in Throw-in, 1959, pp.27-31 (ook opgenomen in de bundel
  • Onder experimenteel vuur, uitg. De Galge, Brugge – 1960 pp.33-37

NOTITIES BIJ HET WERK VAN GEORG TRAKL (1955)

  • M.G.R. in De Standaard, 29 oktober 1955
  • Paul De Vree in Throw-in, 1959, pp.55-58

PAUL VAN OSTAIJEN (1958)

  • Jan Veulemans in De Gids op maatschappelijk Gebied, mei 1958
  • Jan Vercammen in B.N.R.O. Studio Kortrijk, 1 juni 1958
  • J.Roeland Vermeer in De Maasbode, jrg.90/331 05- 19 juli 1958
  • J.Roeland Vermeer in Kultuurleven, oktober 1958
  • Jan Walravens in Radio-Omroep, Hilversum 22 februari 1959 te 14 uur.
  • Paul De Vree in De Tafelronde, jrg.6/2 – januari 1960, pp.94-95
GEDICHT EN GRAFIEK (1959)
  • Paul Snoek in Vooruit, 30 juli 1959
  • Lowie Weynants in Radio Hasselt, 6 september 1959 te 22u1 0

TESTVLIEGEN (1961)

  • Willem M.Roggeman in Het laatste Nieuws, 11 januari 1962
  • Freddy De Vree in Nul, jrg.2/5 – 1962, p.15
  • Paul De Vree in Close-up 2, 1961, pp.32-34. Ook opgenomen in de bundel
  • Onder experimenteel vuur, uitg. De Galge, Brugge, 1968, pp.173-175

WREDE GEDICHTEN (1965)

  • Willy Vaerewyck in Volksgazet, 24 februari 1966
  • Clem Schouwenaars in De Nieuwe Gazet, 30 maart 1966
  • Willy Spillebeen in De Nieuwe, 19 april1966
  • Anoniem in De Nieuwe Dag, 19 mei 1966
  • Jan Veulemans in Gazet van Antwerpen, 18 oktober 1966
  • Pol Le Roy in De Periscoop jrg .16/12 – oktober 1966
  • Herman van Fraechem in bijvoegsel van De Bladen van de Poëzie, jrg.13/9 -1966
  • Paul De Vree in Onder experimenteel vuur, uitg. De Galge, Brugge, 1968 pp.288

ALS EEN MES IN EEN HUIS VOL GEKKEN (1984)

  • Herwig Leus in Boekbijlage van Knack, 31 oktober 1984
  • Anoniem in De Rode Vaan, 13 december 1984
  • Mark Vandenbogaerde in Ons Erfdeel, september-oktober 1985, p.587
  • Nic Van Bruggen in Vlaanderen morgen, december 1984 .
  • Hugo Neefs in Tempus Fugit, jrg. 1/3- februari 1986

IK RUIK DE STERREN AL (1987)

  • Jan Veulemans in Gazet van Antwerpen, 9-10 april 1988

GEDICHTEN 1953-1998

  • Renaat Ramon in Kruispunt, Brugge 1999
  • Stefan van den Bossche in Vlaanderen, jrg.48/3, mei-juni 1999 p.161
  • Joris Gerits in Ons Erfdeel, jrg.43/2 – 2000, pp.271-273

Interviews en monografieën

José De Ceulaer:”Te gast bij Adriaan De Roover”  (I) in De Standaard 20 juli 1961, (II) in De Standaard 27 juli 1961

  • Beide interviews werden herdrukt in “Te gast bij Vlaamse auteurs”, uitg. De Garve, Antwerpen 1961

Adriaan Peel: “Adriaan Peel belicht Adriaan De Roover”, uitg. Nationaal Centrum voor moderne Kunst, 1961

Jan Schoolmeesters: “Adriaan De Roover”, uitg. Kritisch Literatuur Lexicon”, 1989

Erik Verstraete : “Adriaan De Roover maakt gedichten tastbaar” in Gazet van Antwerpen, 17 november 1995

Rita Geys en Marc Cels: “Adriaan De Roover” in De Standaard der Letteren,

22 februari 1996. Herdrukt in “Boekenmensen”, uitg. AMVC, Antwerpen 1996.

Joris Gerits, ‘Tot alle letters zijn verbruikt.Gedichten 1953-1998 van Adriaan de Roover’ In: Ons Erfdeel. Jaargang 43 (2000)