home | Inloggen
Aantal schrijvers: 535 | Aantal boeken:

15559

De Haes, Jos

Maakt deel uit van:

Jos de Haes

Leuven 22 april 1920 – Brussel, Jette 1 maart 1974

De Haes 0

Dichter, vertaler en samensteller van bloemlezingen.

De Haes studeerde klassieke filologie in Leuven. Daarna werd hij commentator en vervolgens hoofd van de literaire en dramatische programma’s van de BRT.

BIOGRAFIE

22 april 1920: Geboren te Leuven als oudste zoon van Alfons De Haes en Louisa Sterckx.

  • Beide ouders stammen uit een bescheiden boerengeslacht van het ‘Hageland’. Na WO I werd Alfons De Haes spoorwegarbeider, daarna douane-beambte.

1925-1932: Lagere school aan de Parkpoort te Leuven.

1928: Geboorte van een broer Marcel.

1932-1936: Klassieke humaniora tot de 3de Latijn-Grieks, aan het Sint-Pieterscollege te Leuven.

1936-1938: Het gezin verhuist naar Sint-Jans-Molenbeek te Brussel. Jos De Haes voltooit de poësis en de retorica aan het Sint-Pieterscollege te Jette, waar hij onder meer Paul Van den Bussche en Fil De Ridder ontmoet.

1938-1940: Kandidatuur klassieke filologie aan de Katholieke Universiteit te Leuven.

Mei/Augustus 1940: Vluchtte met Paul Vandenbussche naar Zuid-Frankrijk, waar hij tot augustus in een kamp te Espalion, in de buurt van Rodez, zou blijven. Met trein en fiets terug naar Brussel.

December 1940: Ontmoette Elza Adams aan wie hij in 1942 de dichtbundel ‘Het andere wezen’ opdroeg.

1941: Publiceerde zijn eerste gedichten onder de titel ‘De diepe wortel’ in een collectieve bundel Aanhef , waaraan ook Fil De Ridder, Jef De Beeus en Leo Lindemans meewerkten.

1942: Licentiaat in de klassieke filologie, op een verhandeling over de Griekse dichter Pindaros.

Publicatie van ‘Het andere wezen’.

1942-1945: Leraar aan het Sint-Pieterscollege in Jette

1943-1944: Publiceerde gedichten in het tijdschrift Podium (1943-1944), met in de redactie Frank Meyland, Anton van Wilderode en Jos de Haes (hoofdredacteur). Dit was het blad van de zogenaamde ‘bezettingsgeneratie’ (de term is van Bernard Kemp), een heterogeen samengestelde groep dichters die voornamelijk neo-classicistische poëzie schreef (naast de Podium-redacteurs ook Hubert van Herreweghen, Christine D’haen en Reninca).

1945: Publiceerde zijn vertaling van Pindaros’ ‘Puthische Oden”

1945-1946: Militaire dienstplicht, samen met Hubert van Herreweghen, Leopoldsburg daarna Duitsland. Eerste aanvallen van astma.

Juni 1946: Publicatie van de tweede dichtbundel  “Ellende van het woord“.

  • De bundel vormt de aanloop tot zijn eigenlijke dichterschap, dat zich volledig zal openbaren in Gedaanten (1954)

1947: Trouwde met Elza Adams. Woont in Oudergem en werd commentator bij de N.I.R. (nationale voorloper van de huidige VRT)

1948: Geboorte van zijn oudste zoon Frans, die ook literair actief zal worden. De tweede werd geboren in 1951, de derde in 1955.

1949: Vestigde zich in Jette.

1950-1959: Recensent voor ‘Dietsche Warande en Belfort‘ waarvan hij in 1960 redactielid werd.

1954: Publiceerde de bundel ‘Gedaanten’ , waarmee hij zijn dichterschap bevestigd.

  • De bundel werd bekroond met de Arkprijs van het Vrije Woord in 1955 en met de Guido Gezelle-prijs van de Koninklijke Vlaamse Academie (tijdvak 1952-1956)

1956: Een zes weken durende reis door Griekenland. Publicatie van een kort essay over Richard Minne.

1957: Reisbrieven uit Griekenland’, uitgegeven door het N.I.R.

1958: Dood van zijn moeder.

1959: Publicatie van Sophocles’ Philoktetes, vertaald en ingeleid door Jos De Haes.

1960-1964: Jaarlijkse vakanties te Chiny-sur-Semois in de Belgische Ardennen.

1961: Werd diensthoofd van de literaire en dramatische uitzendingen en het 3de programma bij de BRT. Jarenlange medewerking aan het programma ‘Vergeet niet te lezen’.

1964: Publicatie van ‘Azuren holte

1965:Azuren holte’ bleek een prijsbeest. De dichtbundel werd bekroond met ‘De poëzieprijs van de provincie Brabant’; De prijs voor letterkunde van de Vlaamse Provincies; en de Driejaarlijkse staatsprijs voor Poëzie.

Albert Westerlinck schreef in Dietsche Warande en Belfort: Het poëtisch wereldbeeld van Jos De Haes’.

1966: Monografie van Willy Spillebeen over Jos De Haes in de reeks ‘Ontmoetingen’ (Uitgeverij Desclée De Brouwer)

1966-1974: Met Hubert van Herreweghen stelde hij jaarlijks voor het Davidsfonds een bloemlezing samen uit de poëzieproductie gepubliceerd in de Nederlandse tijdschriften.

1967: Kort bezoek aan Israël in april.

In oktober verschenen in Dietsche Warande en Belfort negen moderne Hebreeuwse gedichten, vertaald uit het Engels.

1973: Drie nieuwe gedichten zien het licht in DWB

Januari 1974: Voltooide de gedichten ‘Avondschemering (3) (‘zonsondergang (3) in de ‘Verzamelde Gedichten’)

1 maart 1974: Overleden te Brussel (Jette) ten gevolge van een vaatstop in de longen.

Najaar1974: Bij Uitgeverij Orion verschijnt een eerste maal zijn “Verzamelde gedichten“. Het betreft slechts een deel van zijn poëzie. Ook de “Verzamelde gedichten” uit 1986 zijn niet volledig. Pas in 2004 verscheen een volledige uitgave van zijn gedichten met een nawoord, verantwoording en aantekeningen.

 

Over zijn poëzie.

Bron: J. Schoolmeesters en G.J. van Bork in: G.J. van Bork, Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I) (2003-….)

De Haes’ poëzie bereikte nooit een groot publiek. Daarvoor is zijn werk te gesloten en ook zijn thematiek is weinig toegankelijk. Die thematiek wordt beheerst door een paar grondthema’s die een persoonlijk karakter hebben. ‘Licht’ is zo’n sleutelbegrip in zijn poëzie, waarbij dat licht staat voor apollinische zuiverheid, maar ook voor het bewustzijn van vergankelijkheid en onvolmaaktheid.

De gedichten van Het andere wezen (1942), Gedaanten (1954) en Azuren holte (1964) vertonen een sterk gevoel van onmacht, falen en schuld. Motieven die dat ondersteunen zijn de zondeval, bestraffing of wraak. Erotiek kan niet worden losgemaakt van de dood. Dit alles maakt dat De Haes’ poëzie een sombere, zelfs pessimistische wereld oproept die beheerst wordt door schuld en onmacht. Wat de vorm betreft vertoont de poëzie van De Haes sterk traditionele eigenschappen, waarbij hij vasthoudt aan een regelmatige strofenbouw en aan rijm en gecontroleerde ritmiek.

In 1956 reist De Haes naar Griekenland. Deze reis heeft hem geïnspireerd tot onder meer de gedichtencyclus ‘Delphi’ in de bundel Azuren holte, want er zijn opvallende parallellen aan te wijzen tussen deze cyclus en zijn verslag van die reis in Reisbrieven uit Griekenland (1957).

Bron:   Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie – Kritische leeseditie

Het dichtwerk van Jos de Haes werd aanvankelijk gerekend tot de literaire traditie. Samen met Christine D’haen behoorde De Haes tot het katholieke traditionalistische circuit van de jaren vijftig en zestig. Medio jaren tachtig, een decennium na het overlijden van de dichter, kwam de kentering. De zogeheten ‘postmoderne dichters’ recupereerden de poëzie van De Haes en D’haen: zij waardeerden vanaf medio jaren tachtig vooral de normafwijkende verstechniek, de metatalige (en poëticale) gedichten, de vele intertekstuele reminiscenties, de eigenzinnige beeldassociaties, het vernuftige structuur in gedichten van D’haen en De Haes. De tweede druk van De Haes’ poëzie moeten we dan ook in die literair-historische context plaatsen. De poëzie van De Haes mocht men dan wel rekenen tot de traditie, toch zijn er ook innovatieve elementen aanwijsbaar. Net als Snoek en Claus in de jaren zestig (maar dan in omgekeerde richting) heeft De Haes verworvenheden van de (post)experimentele literatuur in zijn poëzie geassimileerd. Traditie en vernieuwing zijn met elkaar verbonden.

De uitzonderlijk literair-historische betekenis van het dichtwerk van Jos de Haes staat buiten kijf. Niet alleen is zijn werk meermaals bekroond, voor Azuren Holte ontving hij in 1965 de driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie, zijn gedichten (vooral de klassieker ‘Een kus in Ter Kameren’) hebben verscheidene Nederlandstalige dichters geïnspireerd (Stefan Hertmans, Huub Beurskens, Stefaan van den Bremt).

 

BEKRONINGEN

  • 1949: de Grote Poëzieprijs van Merendree met het gedicht ‘In Memoriam’ (Gedaanten p. 16)
  • 1955: De Arkprijs van het Vrije Woord voor de bundel Gedaanten.
  • 1955: De Guido Gezelleprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie voor ‘Gedaanten’.
  • 1962: Poëzieprijs van de gemeente Wemmel met de gedichten ‘Delphi I en II’ (Azuren Holte, pp. 15-17)
  • 1965: De Driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie voor Azuren holte.
  • 1965: De Poëzieprijs van de Provincie Brabant voor Azuren holte .
  • 1965: De prijs voor letterkunde van de Vlaamse Provincies voor ‘Azuren holte’

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Website

Referenties

  • Schoolmeesters, Jan. 1980. ‘Jos de Haes’. In: Hugo Brems, Tom van Deel, Ad Zuiderent (red.). Kritisch lexicon van de Moderne Nederlandstalige Literatuur. Groningen: Martinus Nijhoff uitgevers. Band 2. mei 1980.
  • Spillebeen, Willy. 1966. Jos de Haes. Brugge: Desclée De Brouwer. (Ontmoetingen, 66).
  • Verzamelde Gedichten. (1986) Uitgeverij A. Manteau.

 

SMAAKMAKER

Delphi

Navel der aarde Gods. Wij zitten

en horen sperwers water drinken.
Dat is alsof metalen klinken
en smelten in een blauwe hitte.
 
Een slang, een goddelijke schaamte,
schuift over schilferende muren,
of ligt te blijven en te duren
bij kleibaksels en geraamten.
 
De droge tepels der kamille
verpulveren tussen onze lippen.
Het laatst zal ons de smaak ontglippen
uit de verzadigde papillen.
 
En dan, uw linker in mijn rechter,
twee laatste stofveredelingen,
zijn wij zelf eetbare dingen
in Gods vuurvaste trechter.
Uit: De azuren holte (1964)
 

Een kus in Ter Kameren

 
Zeg in de splinterende lucht
een wurgzwam heeft haar olm,
oranje eendepoot loop vast
in het bevriezend water,
ik weet niet wat ik
 
Het licht nochtans op schaliën,
abt of abdis dek toe
de daken van Ter Kameren,
nijp alles rond gebroken bot,
hoewel al kon ik
 
En weer ’t gelobde waterhoen
dat stapt met een gekraakte poot
-          alle onthalsden en verstikte pories,
in de naam van alle Heren,
stronken u zou ik
 
Maar lief, de rand vandaag,
koorts aan de dunne wondrand,
zwart en nat aan de rand,
heilige pest der geschiedenis,
naar mijn begrip, ik,
 
bewegend lipvlees tegen been,
aan alle kanten duwt het,
jouw koude speeksel zuig ik,
als het gaat gisten zal ik,
het kan niet dat ik

 

 

BIBLIOGRAFIE

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • POËZIECENTRUM vzw – Gent
    • Naast de Poëzieshop biedt het Poëziecentrum voor liefhebbers van antiquarische kleinoden ook een uitgebreid aanbod modern antiquariaat aan. Recentelijk werd het aanbod uitgebreid tot meer dan 3500 titels èn werden alle prijzen geherwaardeerd. Je vindt een overzicht van al de antiquarische titels op Antiqbook.

Om de foto’s in de fotogalerij te vergroten klikt u op de foto.

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1941 ‘De diepe wortel’.

Bevat: ‘Liederen aan een afwezige’ door F. De Ridder; ‘De diepe wortel’ door J. De Haes; ‘Lach niet zo luid’ doorJ. De Beus; ‘Het jaar der verbeelding’ door L. Lindemans
Paul De Beus sneed de bandteekening.
In een bundel getiteld ‘Aanhef” Door F. De Ridder, J. De Haes, J. De Beus, L. Lindemans.   (pp. 15-24)

Jette ; Brussel : Drukk. Emile De Boeck, 1941 -46p.
Paul De Beus sneed de bandteekening.
1941/42 Het andere Wezen. Verzen. (poëzie)

Deeltitels: Zinnenspel en beeld; Verborgen pijn.
Brussel: De Crone.  -29p.

Afmetingen: 22.80 x 15 (ingenaaid)
Gedrukt bij De Wever in Pamel

 

1945 Puthische oden (vert. uit het Grieks).

Oorspronkelijke auteur: Pindaros
Brugge: De Kinkhoren. -118p.

Reeks: Helios reeks.
1946 Ellende van het woord. (poëzie)

Onder de naam Jozef De Haes
Met een ten geleide van Hubert van Herreweghe
Portret naar een penteekening van Marc Neels
Hoogstraten: Moderne Uitgeverij. -19p.

Reeks: De Spiegel. Maandelijks Tijdschrift voor Poëzie. Jrg. 2, nr. 6.
Afmetingen:20.50 x 13.50 (geniet)
1954 Gedaanten: verzen. (poëzie)

Deeltitels: Van vroeger; Een vriend; Vier momenten; Gedaanten; Vriendin; De pool.
Amsterdam, Brussel: Elsevier. -62p.

Afmetingen: 20.80 x 13 (ingenaaid)
Colofon: Deze dichtbundel werd in opdracht van uitgeverij Elsevier te Brussel in het voorjaar van 1954, gezet uit de Hollandse Mediaeval en gedrukt op de persen van de drukkerij ‘Die Poorte te Antwerpen.
De oplage bedraagt 500 exemplaren waarvan 450 genummerd van 1 tot 450.

 

1956 Richard Minne. De dichter. (essay en bloemlezing) Brussel: A. Manteau, voor het Ministerie van Openbaar Onderwijs. -47p.

Reeks: Monografieën over Vlaamse letterkunde nr 4
1957 Reisbrieven uit Griekenland. (reisverhaal)

Met pentekeningen van Jan Meert en kunstfoto’s van Maria Van den Wijngaert.
Brussel: Belgisch nationaal Instituut voor Radio-omroep, Programmabrochure nr. 11. -151p.
1959 Victor Bourgeois (vert. uit het Frans).

Oorspronkelijke auteur: Georges Linze
Brussel: Elsevier. -28p.

Reeks: Monografieën over Belgische kunst. – Brussel; vol. 1959: 5
1959 Philoctetes (vert. uit het Grieks en ingeleid).

Oorspronkelijke auteur: Sophokles
Brugge: Desclée De Brouwer. -81p.

Reeks: Helios reeks.
1962 Albert Crommelynck (vert. uit het Frans).

Oorspronkelijke auteur: Roger Bodart.
Brussel: Elsevier. -24p.
1964 Azuren Holte. (poëzie)

Deeltitels: Afmeting; Delphi; Avond en morgen; La noue; Le vieux moulin; Evenmens.
Brugge: Desclée De Brouwer. -50p.

Reeks: Gedachten en gedichten
Elektronisch beschikbaar: Digitale bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
Afmetingen: 19.40 x 13 (ingenaaid)Gedrukt op de persen van de Sint-Augustinusdrukkerij te Brugge in opdracht van uitgeverij Desclée De Brouwer . 

POSTHUME UITGAVEN

1974 Verzamelde gedichten. (poëzie)

Deeltitels: Het andere wezen; Ellende van het woord; Gedaanten; Azuren holte; Moderne hebreeuwse gedichten; Laatste gedichten.
 
Heringebonden met harde kaft; naast de gewone uitgave werden zestig exemplaren gedrukt op simili japon van gelder 100 grs., genummerde van een tot vijftig, en tien exemplaren, niet in de handel, genummerd i tot x.
De Haes 3 Brugge : Orion. -149p.

Reeks: De gulden Veder
Afmetingen:20.80 x 13 (paperback)
Die eerste druk (najaar 1974) is tot stand gekomen conform de wensen van de schrijver. De editeurs C. Bittremieux, H. van Herreweghen, F. de Haes en B.F. van Vlierden baseerden zich nadrukkelijk op de testamentaire wil van de dichter. Dit betekent dat in de eerste druk de vroege gedichten uit het Vlaamse tijdschrift Podium (1943-1944) niet zijn opgenomen, met uitzondering van de gedichten ‘Ten dode toe’ en ‘Een sproke zelf’ die in de bundel Ellende van het woord (1946) zijn gepubliceerd. Verder zijn de gedichten uit de reeks ‘De diepe wortel’ (in de collectieve bundel Aanhef, met verder werk van F. de Ridder, J. de Beus en L. Lindemans, 1941), waarvan De Haes zich later distantieerde, niet opgenomen en is alleen een beperkte selectie uit De Haes’ debuutbundel Het andere wezen (1942) en uit Ellende van het woord gepresenteerd. De twee latere bundels, Gedaanten (1954) en Azuren holte (1964) zijn integraal opgenomen.
1986 Verzamelde gedichten. (met een inleiding van Ad Zuiderent). (poëzie)

Tweede herziene druk
Deeltitels: Het andere wezen; Ellende van het woord; Gedaanten; Azuren holte; Moderne hebreeuwse gedichten; Laatste gedichten; Voor de studenten van ‘Germania’
 
Verzamelde gedichten van Jos De Haes werd in opdracht van uitgeverij A. Manteau nv te Antwerpen gezet in Trump Mediaeval en gedrukt bij Smits te Wommelgem, Boekbinderij Interbooks te Kontich zorgde voor de afwerking.
Grafische vormgeving: Rikkes Voss 
De Haes 4 Antwerpen: A. Manteau. -169p.

Afmetingen:21.40 x 12.80 (gebonden – harde linnen kaft stofomslag)
De editeurs (Bittremieux, Van Herreweghen en De Haes) baseerden zich voor die herziene uitgave op de eerste editie. De selecties uit Het andere wezen en Ellende van het woord zijn gehandhaafd, inclusief de spellingaanpassingen. De tekstediteurs voegden vier gedichten toe, die De Haes in 1973 en 1974 (‘Avondschemering': postuum) in Dietsche Warande en Belfort publiceerde, een reeks met ‘moderne Hebreeuwse gedichten’ (in een vertaling van De Haes), alsook een prozatekst ‘Voor de studenten van “Germania”‘ (een gewijzigde versie van een publicatie in Dietsche Warande en Belfort, 1965).
2004 Gedichten. (poëzie)

Onder redactie van dr. Yves T’Sjoen/Willem Van den Daele.
Teksteditie onder auspiciën van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie
Deeltitels:Het andere wezen; Ellende van het woord; Gedaanten; Azuren holte; Rust; De diepe wortel; Podium; Nieuw gewas;Laatste gedichten;
Nawoord; Verantwoording; Aantekeningen bij de gedichten; Primaire bibliografie [poëzie]; Secundaire bibliografie [over poëzie]; Register op titels en beginregels.
 De Haes 6 Tielt: Uitgeverij Lannoo./ Amsterdam: Atlas. -300p.

Afmetingen:21 x 14 (paperback)

Medewerking aan poëziebloemlezingen

Jos de Haen verleende tussen 1966-1973 ook zijn medewerking, samen met Hubert van Herreweghen, aan een jaarlijkse publicatie van een poëziebloemlezing. De initiatiefnemer was het Davidsfonds.

Gedichten 1965.

  • Samenstelling : Jos de Haes & Hubert van Herreweghen
  • Leuven : Davidsfonds. Poëziereeks van het Davidsfonds. -73p.

Gedichten 1966

  • Samenstelling : Jos de Haes & Hubert van Herreweghen
  • Leuven : Davidsfonds. Poëziereeks van het Davidsfonds. -65

 

Overzicht van niet gebundeld werk.

I. Rust [1941]

  • Rust’  in: Dietsche Warande en Belfort , 41 (1941) 4-5 (april mei), p.200.

II. Aanhef, ‘De diepe wortel’ [1941]

  • De diepe wortel’. In: F. De Ridder, J. De Haes, J. De Beus, L. Lindemans, ‘Aanhef” , Jette, Drukk. Emile De Boeck [1941], pp. 15-24.

III. Podium [1942-1944]

  • Het eeuwige lied’ in: Podium. Bloemlezing uit het werk van jongeren samengesteld door Frank Meyland, Gerard van Elden en Luc van Geertsom. I (1942) 2, (december) , p.17.
  • Nimmermeer verdwijnen’ in: Podium. Bloemlezing uit het werk van jongeren samengesteld door Frank Meyland, Gerard van Elden en Luc van Geertsom.1 (1943) 3 (maart) p.35.
  • O lieve Doode’ in: Podium. Bloemlezing uit het werk van jongeren samengesteld door Frank Meyland, Gerard van Elden en Luc van Geertsom. 1 (1943), 4, (mei) p.52.
  • Is navelloos…’ in: Podium. Bloemlezing uit het werk van jongeren samengesteld door Frank Meyland, Gerard van Elden en Luc van Geertsom. 1(1943), 5, (juli) p. 67.
  • ‘God’ in: Podium. Bloemlezing uit het werk van jongeren samengesteld door Frank Meyland, Gerard van Elden en Luc van Geertsom. 1, (1943) 5, (juli) p. 68.
  • ‘Avondval’ in: Podium. Bloemlezing uit het werk van jongeren samengesteld door Frank Meyland, Gerard van Elden en Luc van Geertsom. 1 (1943), 6 (september) p. 84.
  • ‘God’ in: Podium. Letterkundig tijdschrift der jongste generatie. 2 (1944) 2, p. 1.

IV. Nieuw Gewas [1946]

  • Bij den tempel’ in: Nieuw Gewas. Algemeen Kunsttijdschrift. 2, (1946), 2 p.51.
  • Gezelschap’ in: Nieuw Gewas. Algemeen Kunsttijdschrift. 2, (1946), 3 p.77.

V. Vlaamse Gedichten [1973-1974]

  • Zonsondergang I’ in: Dietsche Warande en Belfort, 118 (1973) 1 (januari) p.1.
  • Zonsondergang II’ in: Dietsche Warande en Belfort, 118 (1973) 1 (januari) p.2.
  • Zonsondergang III’ in: Dietsche Warande en Belfort, 119 (1974) 3 (maart-april) p.195.
  • Een kus in Terkameren’ in: Dietsche Warande en Belfort, 118 (1973) 9 (november) p. 641.