home | Inloggen
Aantal schrijvers: 556 | Aantal boeken:

16059

 

De Cock, Jozef

JOZEF DE COCK

Herdersem, 23 januari 1877 – Roosendaal, 31 mei 1944

Priester, schrijver van verhalen en essays

Neef van de volkskundige Alfons de Cock.

BIOGRAFIE

23 januari 1877: Jozef De Cock werd geboren te Herdersem (Aalst), als oudste zoon van Louis De Cock, landbouwer, de oudste broer van schrijver Alfons De Cock..

  • Hij volgt de lessen aan het jezuïetencollege te Aalst waar hij onder invloed van zijn retorikaleraar pater Bauwens overtuigd vlaamsgezind werd.
  • Vervolgt zijn opleiding aan het Klein Seminarie te Sint Niklaas en vervolgens aan het Groot Seminarie te Gent

April 1900: Tot priester gewijd te Gent.

Wordt door het bisdom naar de Leuvense universiteit gestuurd waar hij promoveert tot doctor in de Germaanse filologie.

1904: Benoemd tot hoogleraar in de Duitse moderne letterkunde aan de Katholieke Universiteit Leuven.

1905: Stichter en bezieler van  het letterkundig tijdschrift De Groene Linde, 2 maandelijks tijdschrift voor fraaie letteren. Het tijdschrift levert hem echter onverwachts zoveel beslommeringen op dat hij zijn engagement maar 1 jaar kan volhouden.

Schrijft literaire kronieken in Hooger Leven, was in 1910 medestichter van het tijdschrift Onze Kongo

1906: Schrijft humoristische schetsen en reisindrukken over zijn reizen naar Duitsland, die later – verzameld – onder de titel Uit de reistesch In Duitsland (1906), zullen verschijnen.

1907: Publicatie van Ons leven een raamvertelling waarin we “eenige tooneelen uit het studentenleven, onderling met elkaar verbonden door de schachten-figuur van Pol Wilmans” kunnen meemaken.

‘Pol Wilmans woont in het Justus Lipsius College. Lang duurt het niet of de 1e schrijver van “Met Tijd & Vlijt” komt hem uitnoodigen een lezing te houden in zijn genootschap. Pol, de bloode schacht, durft niet weigeren en heeft dan ook succes.

Daar moest natuurlijk eens op gedronken worden en samen met zijn makkers trekt hij naar “Hertog Jan” waar ze hem zoolang bezighouden dat het uur verstreken is, en dat hij voor de gesloten deur komt van den “Just”. Te vergeefs geklopt, hij is en blijft buiten en tot overmaat van ongeluk, ook de Hertog Jan is toe. Er blijft hem nu niets meer over dan in de stad een beetje rond te loopen en we ondergaan al de indrukken van een armen buitengesloten schacht. Afgemat raakt hij ’s morgens toch in zijn bed, en krijgt ten slotte nog eene goede vermaning van den President om zijn “delogeeren”.

‘T was daar niet het eenige gevolg van zijn lezing. Een verslag was ook verschenen in den XXe Siècle en dit haalt hem 2 brieven op den nek: één van zijn zuster, die hem in moeders naam aanmaant toch zijn studiën niet te verwaarloozen voor bijkomende zaken, en een anderen van zijn oud-professor. In het antwoord op dezen laatsten neemt hij de gelegenheid waar om een goed loopje te nemen met al het Grieksch dat men hem in ’t college inpompte.

Alles loopt goed af tot in den 3en trimester. Dan is ’t blokkenstijd; toch vindt Pol den tijd om in een artikel voor “Hooger Leven” al zijn gal tegen de examens uit te braken, een studentenfeest bij te wonen te Vlierbeek, en ook al eens naar een lof te gaan op den Coesarsberg.

‘T examen is daar, Pol legt het met onderscheiding af en loopt spoedig naar het telegraaf-kantoor een telegram zenden.’

Hier is het dagboek uit.

Ons Leven is en blijft een brok gezonde literatuur, vol tintelenden levenslust, die ons dubbel aangenaam aandoet; ten eerste omdat het een blijde toon is in de andere soms zoo sombere letterkunde onzer dagen, ten tweede omdat het voor de oud-studentenjeugd een zalige herinnering is aan dat gezelligjoelige Leuvensche Universiteitsleven.

C.D.B.

Bron: Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1908. J.E. Buschmann, Antwerpen 1908

In Leuven behoort De Cock tot de kleine groep professoren die het vertrouwen van de Vlaamse studenten geniet. Bij het episcopaat en bij de academische overheid staat hij evenwel slecht aangeschreven.

Politieke perikelen

1907-1908:  Naar aanleiding van de strijd voor het wetsvoorstel-Edward Coremans ten voordele van de vernederlandsing van het vrij middelbaar onderwijs, staat hij achter de nieuwe wetgeving en haalt hij krachtig uit naar het episcopaat.
Eveneens in 1907 beantwoordde De Cock een Franse brief van het Leuvense stadsbestuur in het Nederlands, iets waarover dat stadsbestuur zich onmiddellijk bij de rector beklaagde.
Tijdens het academiejaar 1907-1908 steunt De Cock openlijk de actie van de Vlaamse studenten, wat aanleiding geeft tot “een ernstige en laatste vermaning” vanwege het episcopaat.

1911: De Vlaamsche Kunstkamer Kerlinga publiceert zijn nieuwe verhalenbundel Bloemenhoedjes.

  • In Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1911. J.E. Buschmann, Antwerpen 1911 wordt de publicatie als volgt besproken:
In zijn diepe godsvrucht tot O.L. Vrouw heeft hij thans ter Harer eer een kroon gevlochten, zijne Bloemenhoedjes.
O, zoo warm en oprecht-teeder-minzaam gloeit en zingt de liefde tot Gods Moeder door al die mooie Maria-legenden; zoo volksch en vol reinen eenvoud, al zweemt het dan ook hier en daar naar té-romantiek.
Den inhoud der vier eerste schetsen mochten we reeds vroeger genieten in Verloren Uren; doch, in dezen ruiker hier, dienden ze bijgebonden, naast die andere Maria-bloempjes.
De Cock offerde een mooien tuil die aangenaam de zinnen streelt, al zit er dan ook dat onkruid in dier ‘tusschenrede’.

Bloemenhoedjes bevat tevens een hertaling van de middeleeuwse Beatrijs-legende.

1914: Bij het begin van Wereldoorlog I trok hij naar Roosendaal (Nederland), waar hij les gaf aan het katholieke lyceum.

Politieke perikelen

Augustus 1915:  Aanvankelijk neemt De Cock een anti-Duitse houding aan, maar begin augustus 1915 verschijnt van hem een artikel in de activistische Gazet van Brussel, op 31 augustus overgenomen in De Vlaamsche Stem, waarin hij voor een administratieve scheiding van België pleit.

  • Achtenvijftig hoogleraren ondertekenen op 7 september een brief aan de rector waarin ze zich van de uitlatingen van De Cock distantiëren. Emiel Vliebergh, Manille Ide, Leopold Frateur, Pieter-Jozef Sencie en anderen laken de houding van De Cock, doch ze weigeren te tekenen omdat de brief geïnterpreteerd kon worden als een verzoek om De Cock af te stellen.
  • Ook Frans van Cauwelaert, Gustaaf Verriest (1880-1951) en Maria Belpaire distantiëren zich van zijn anti-Belgische houding.

1916: De Cock ondertekent het manifest van de Hoogeschoolbond voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit. In De Nieuwe Rotterdamsche Courant van 8 oktober 1916 trekt hij zijn handtekening in, maar dit nummer wordt in België door de Duitsers verboden.

1919: Na de oorlog dringen een aantal collega’s opnieuw aan op zijn verwijdering uit het professorenkorps.

Maar De Cock neemt uit eigen beweging ontslag en wordt bestuurder van de Zusters van Liefde te Helkijn en nadien leraar aan het katholiek lyceum in Roosendaal

1930: Na jaren stilzwijgen verschijnt van hem de verhalenbundel Doovenetels tot een bosje samengelezen  bij uitgeverij Steenlandt te Kortrijk. Het is een bundel bij elkaar gesprokkelde stukjes die her en der verspreid zijn gepubliceerd, gemoedelijke, zeer persoonlijke verhalen en reisindrukken, gekenmerkt door rake typeringen van mensen en toestanden, zoals zijn lezers dat van hem gewoon zijn: een mooi literair afscheid

31 mei 1944: Hij overlijdt te Roosendaal.

 

SMAAKMAKER

Uit: ’t vizioen Van pater Koenraad pp. 62-63:

‘Hij zag weer op en, op zijn uitgestrekte armen, legde Gods Moeder haar lieven Zoon, die schoon is boven de kinderen der menschen. Koenraad voelde het verrukkelijk kindje wegen op zijn armen, hij voelde de warmte van zijn poezel lichaampje, hij verloor zijn blik in de verlokkende diepte van die blauwe kijkertjes, hij zag dat blanke voorhoofdje, die blonde krullen, die ronde wangen, die roode lippen… O, die verleidelijke roode lipjes! Die éénmaal zoenen! Zou hij durven?… Koenraad aarzelde, huiverde, duizelde… Hij kon ’t niet laten: hij neigde het hoofd en deed het… Een golf van zaligheid overspoelde zijn ziel en zinnen, verdronk zijn bewustzijn, zoog hem mee in bodemlooze zeeën …

Uit: de sproke Bloemenhoedjes pp. 7-8:

‘Gewekt door ’t stralengestreel, wreven enkele bloemen den winter uit de oogen en keken welgezind naar de leeuwerikken die ginder hoog op den helderblauwen luchtkiosk hun jonkheidsliederen uitfanfaarden. In hoeken en kanten kroop al hondsdraf rond, geelde er speenkruid, botten de sleutelbloemen, blauwde een schuchter viooltje, om niet te spreken van de tallooze madelieven die als zilverstukskens blankten in den groenen schoot van ’t nieuwe gras’

 

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

 

BIBLIOGRAFIE

Woordje vooraf

  • DBNL (zie geraadpleegde bronnen) stelt heel wat teksten van deze auteur elektronisch ter beschikking. (o.a Bloemenhoedjes, Esopet en enkele verspreide teksten in tijdschriften)

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1903 Mevrouw Ida Hahn-Hahn: haar beteekenis in de Duitsche letterkunde. (doctoraalthesis) Lier: Van In. -163p.

Overdruk uit: Leuvensche bijdragen (1903-1904)

1906 Uit de reistesch I In Duitsland. (verhalen)

2de vermeerderde druk (s.a. ca 1923) Uit de Reistesch -140p. Uitg. Leuven Keurboekerij Groote Markt, 17 / Amsterdam E. Van der Vecht Marnixstraat 372 Afmetingen: 18 x 13.50
Leuven: Drukkerij Bomans en Vanbrusselen Parijsstraat, 81.

Afmetingen: 18 x 13.50 (ingenaaid)
1906 De “Alte Zoll” Studenten. (novellen)

Met een korte biografische notitie.

Gent: Vennootschap “Plantyn” Korte Koestraat 3A. -32p.

Reeks : Flandria’s Novellen-Bibliotheek nr 64
Afmetingen: 19.50 x 12.50 (geniet)
1906 Esopet. (tekstuitgave) Leuven: H. Bomans en Vanbrusselen. -97p.

Reeks: Leuvense Studieën en Tekstuitgaven / onder leiding van L. Scharpé, A. Boon, J. Van Mierlo … [et al.] ; 1
1907 De oude historie (novelle)

Het 2de deel van deze uitgave (nr 80) bevat eveneens het verhaal ‘Willem’ door Jan Boucherij.
Gent: Drukkerij “Plantyn” (Naamloze Vennootschap) Korte Koestraat 3A. -32p.

Reeks : Flandria’s Novellen-Bibliotheek nr 79 en nr 80 pp. 33-54
Afmetingen: 19.50 x 12.50 (geniet)
1907 Van drie santen. (verhalen) Leuven Keurboekerij Groote Markt, 17 / Amsterdam E. Van der Vecht Marnixstraat 372. -72p.

Afmetingen: 23.50 x 15.25 (ingenaaid)
Druk: De Vlaamsche Drukkerij (Samenw. Venn. , Parijsstraat, 81, Leuven.

1907 Ons leven. (Bladzijde uit het leven van een schacht) (verhaal)

Ingeleid, uitgegeven en aangeteekend door Jozef de Cock
Boekversiering door G. Van de Woestijne.

1922: Herdruk. Ons Leven. – Standard Bibliotheek; 116 blz. – 4 fr.
De herdruk van dit werk is opgedragen aan de Vlaamsche Hoogstudentenschap als dank voor haar optreden toen de schrijver in 1919 als hoogleeraar aan de Roomsch-Katholieke Universiteit van Leuven werd ontslagen.

Leuven: Keurboekerij / Amsterdam Van Der Vecht. -115p.

Afmetingen: 18.50 x 14 (ingenaaid)
Gedrukt in de Vlaamsche Drukkerij Leuven

1908 Over het jongste streven in de Duitsche katholieke letterkunde. (essay) Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -25p.

Reeks: Verhandelingen van de Algemeene Katholieke Vlaamsche Hoogeschooluitbreiding. – Antwerpen, 1908 – 1924; vol. 109

1909 Verloren uren. (verhalen) Leuven: Vlaamsche Drukkerij – Bestuurder H. Bomans, Minderbroedersstraat, 46, Leuven. -137p.

Afmetingen: 18.50 x 14 (ingenaaid)

1911 Bloemenhoedjes : Een krans van Mariasproken in oud-Nederlands gaard geplukt. (verhalen)

Bevat:
I. Bloemenhoedjes. – II. Van een ridder, die arm werd. -III. Van twee broeders.
IV. Van een monnik, die te stille zong. -V. Van zuster Bertken en den ‘korporaal’. -VI. Van de pikkende broeders. -VII. Van Pater Koenraad. -VIII. Van een wonderen tap. -IX. Van Bertus en den duivel. -X. Het zoet avontuur van broeder Alexis. -XI. Van de danslustige Flora. -XII. De kaars uit het vizioen. -Tusschenrede -Van een non die Beatrijs heette.

Uitgave van de Vlaamsche Kunstkamer Kerlinga. -144p.

Afmetingen: 30 x 23 (ingenaaid)
Gedrukt te Brugge bij A. Van Mullem in de Geerolfstraat, 3

1911 Pianogeschiedenissen. In: De Lelie: maandelijksch Katholiek dames-tijdschrift voor Noord- en Zuid-Nederland ; jrg. 2 ( nr. 6 (februari 1911). – pp 168-171)

Speciaal nummer van het tijdschrift.

1912 Over het geluk. / Thomas van Aquino

Vertaling uit het Latijn door Jozef De Cock

Brugge: Uitgave Kerlinga
1913 Uit de Reistesch II. Prentbrieven uit Holland. (verhalen) Antwerpen: “Veritas” Ch. & H. Courtin 26, Kipdorp. -132p.

Afmetingen: 18.25 x 12.75 (ingenaaid)

z.j.
[1916]
Een Vlaming in de oorlogsklem – Oorlogspeizen – Een Abel Spel – Gewetensonderzoek – Lang is de Weg – De Verdere Weg – Een Houvast (verhalen)

Omslag: (A.C. Berlage)

Amsterdam: De Maatschappij voor Goede en Goedkope Lectuur. z.j. [1916]. -67p.

Reeks: Handboekjes Elck ’T Beste
Afmetingen: 16.75 x 11 (ingenaaid)

z.j.
[1930]
Doovenetels tot een bosje samengelezen.  (verhalen) Kortrijk: Uitgeverij Steenlandt. z.j. [1930]-67p.

Afmetingen: 21.50 x 16 (ingenaaid)