home | Inloggen
Aantal schrijvers: 531 | Aantal boeken:

15464

Brulez, Raymond

RAYMOND BRULEZ

Blankenberge, 18 oktober 1895 – Brussel, 17 augustus 1972

 Brulez 0a 1960

Vrijzinnig schrijver van romans, verhalen en toneelstukken.

Brulez is een schrijver die zich afzijdig houdt van literaire scholen, vooral van het modernisme. Opvallend is zijn niet-christelijke levensbeschouwing

Zijn belangrijkste werk is de autobiografisch gekleurde tetralogie “Mijn woningen”: “Het huis te Borgen”, “Het pact der Triumviren”, “De haven” en “Het mirakel der rozen” (1950-1954)

Was literair adviseur bij het Nationaal Radio-Instituut (NIR) te Brussel (1936-1938) later N.I.R. directeur van de Vlaamse gesproken uitzendingen (1955-1960)

BIOGRAFIE

18 oktober 1895: Raymond Ferdinand Martin Jacques Gustave Brulez werd geboren te Blankenberge.

  • Zijn  vader Charles Brulez was vrijmetselaar en gedurende 25 jaar de eerste vrijzinnige gemeentesecretaris van Blankenberge, een belangrijk en gewaardeerd ambtenaar. Zijn moeder Hélène D’Hondt stamde uit een katholieke familie van Blankenbergse hotelhouders en dreef zelf bij de Zeedijk het hotel-pension Maison Brulez-D’Hondt dat in het boek van haar jongste zoon Raymond het ‘Huis te Borgen’ werd.

1906: Overlijden van zijn vader. Verhuis van het gezin (moeder met haar vijf studerende kinderen) naar Watermaal bij Brussel. Alleen de zomervakanties worden nog in moeders familiehotel in de Kerkstraat te Blankenberge doorgebracht.

Raymond en zijn vier jaar oudere broer Lucien worden ingeschreven in de Grieks-Latijnse humaniora van het Athenée d’Ixellles, het Franstalige atheneum van de Gemeente Elsene.

Toch zullen zeven jaar Franstalige gouvernante gevolgd door zeven jaar Franstalig atheneum hem niet van het Nederlands afwenden.

  • In het atheneum leidde de enthousiaste leraar Nederlands, Pieter Tack hem naar de Nederlandse Tachtigers, de Vlaamse Van-Nu-en-Straksers, en vooral naar de boeken van Arthur van Schendel. (Nota: Pieter Tack (1870-1943) was vrijzinnig flamingant, werd tijdens WOI een van de kopstukken van het activisme; vanaf 1916 hoogleraar te Gent, in 1917-1918 voorzitter van de Raad van Vlaanderen).

1911: Zijn allereerste gepubliceerd proza is een Blankenbergse impressie ‘Op ’t Staketsel’ in het studententijdschrift  De Goedendag van september 1911.

1913-1914: Studeerde Letteren en Germaanse filologie aan de Vrije Universiteit te Brussel, waar hij het diploma van de eerste kandidatuur behaald.

  • Een van zijn studiegenoten is Julien Kuypers, een andere was Max Lamberty, die vooral bekend zou worden als auteur van ‘Philosophie der Vlaamse Beweging en der overige sociale stromingen in België’. Uitg. Cultura, Brugge 1933.

Een maand nadat hij in juli 1914 zijn eerstejaarsdiploma Germaanse filologie in ontvangst mocht nemen, brak de eerste wereldoorlog uit en bleef de universiteit uit protest tegen de Duitse bezetting vier jaar gesloten.

OORLOGSJAREN 1914-1918

Wanneer in het voorjaar van 1915 duidelijk wordt dat een beslissende militaire overwinning op zich zal laten wachten, dreigt van Duitse zijde deportatie, terwijl de Belgische regering in Le Havre laat weten dat alle mannelijke Belgen in de leeftijd van 18 tot 25 zich moeten aanmelden om niet als dienstweigeraar te worden beschouwd. Enkel een bezoldigd werk kan een legitieme reden zijn voor verblijf in het land.

Drie oorlogsjaren, drie schooljaren:

  • 1 oktober 1915 tot 30 september 1916 als leraar Nederlands in het atheneum van Morlanwelz bij La Louvière, op advies en mogelijks zelfs door interventie van August Vermeylen;
  • najaar 1916 tot najaar 1917 aan de Brusselse avondschool;
  • 23 november 1917 tot 31 juli 1918 aan de Rijksmiddelbare school van Blankenberge waar zijn oudste broer Georges leraar Latijn is en hij zijn jeugdvriend Urbain van de Voorde opvolgt als leraar Nederlands.

Twee van zijn broers, Lucien en Ferdinand raken verzeild in het activisme. Ferdinand wordt lid van de Commissie van Gevolmachtigden van de Raad van Vlaanderen en Lucien wordt docent in de wijsbegeerte aan de vervlaamste Gentse universiteit.

Voor Raymond Brulez hoeft dat allemaal niet. Hij reageert grosso modo met een repliek uit Goethe’s Faust ‘Die Botschaft hör ich wohl, allein fehlt mir der Glaube’.

Hoewel hij dus part noch deel had aan het activisme, zal hij in de naweeën van de oorlog toch geconfronteerd worden met de veroordelingen van Fernand en Lucien als nefaste referenties bij sollicitatiepogingen.

INTERBELLUM

1923-1927: Aan de slag als corrector bij de Sinte Katharina Drukkerij te Brugge. Het was zijn taak om aan de hand van de manuscripten de kostprijs te evalueren, rekening houdend met de druktechnische aspecten.

  • Deze drukkerij – ook gekend onder de naam Presse Sainte Cathérine of St Catherine Press Ltd – werd zowel door binnenlandse als buitenlandse uitgevers geapprecieerd voor de kwaliteit van de bibliofiele edities die er op beperkte oplagen gedrukt werden. Aan het hoofd stond meester drukker Edward Verbeke. Gaston Gallimard uit Parijs – de vaste uitgever van Proust – was niet alleen klant maar ook hoofdaandeelhouder van de drukkerij, zodat heel wat niet voor de handel bestemde edities van o.m. André Gide, Proust en andere nauw met de NRF (‘Nouvelle Revue Française’) verbonden auteurs hier gedrukt werden.
  • Boeken van Gide en andere Franse libertijnen drukken in het repressieve klimaat van de katholieke fatsoensmoraal getuigt van heel wat lef, maar bleek een lucratieve niche. Daarnaast werden er ook de publicaties van de Leuvense katholieke Universiteit gedrukt. Ook het Karel Van de Woestijne ‘ bundeltje ‘Substrata’ werd hier in 1924 gedrukt voor de uitgeverij De Sikkel te Antwerpen.

1929: Het manuscript van de onuitgegeven roman Julien Martijn. Achtergelaten herinneringen van een activist wordt naar diverse uitgevers gestuurd. Aanvankelijk schrikt iedere uitgeverij terug voor de risico’s. In 1931 blijkt Paul Kenis – toen literair adviseur bij de uitgeverij De Regenboog – bereid te zijn een uitgave te promoten. Het kwam zelfs tot een advertentie in Het boek in Vlaanderen 1931. Maar De Regenboog houdt in 1932 op te bestaan en Kenis zal in 1934 overlijden.

Vele van de hoofdstukken uit dit manuscript zullen hun weg vinden naar Het pakt der triumviren, (1951), het tweede deel van de tetralogie Mijn woningen.

1930: Debuteerde met “André Terval, of inleiding tot een leven van gelijkmoedigheid“, een ‘bildungsroman’ met auto-biografische inslag –althans wat de daarin beschreven geestelijke evolutie betreft.

  • De roman vertoont overeenkomst met L’indifférent’ van Watteau.
  • Terval neemt afstand niet alleen van het katholicisme van zijn jeugd, maar ook van alle idealismen en waardesystemen. Hij wordt agnosticus en scepticus.

1932: Publicatie van de verhalenbundel  “Sheherazade of De literatuur als losprijs” (1933).

  • Via een aantal fantasierijke verhalen moeten zowel communisme als de burgerlijke samenleving  het ontgelden. Telkens worden, op geamuseerde toon, en zonder sarcasme, bekrompenheid en fanatisme gehekeld. Brulez steekt in dit boekje de draak met een aantal levensvormen en waardenstelsels; daartegenover stelt hij: relativisme, scepticisme en gelijkmoedigheid.
  • In 1946 wordt het boekje heruitgegeven, vermeerderd met een merkwaardige tekst die, in de vorige uitgave (1932 bij Steenlandt te Kortrijk) om bijzonder problemen van typografische aard, niet was opgenomen: De opstand der voetnota met daarin de ‘anarchistische’ pagina 1789. De drukker was ditmaal Sinte Katharina Drukkerij te Brugge.
  • In zijn analyse in Zuurvrij (2007, nr 12, pp 21-27), beschrijft Dirk Van Hulle hoe het experiment met de voetnota’s door allerlei factoren werd gedwarsboomd.  De tekst zou geweigerd zijn door Camille Huysmans voor zijn tijdschrift De Ontwikkeling als té anarchistisch ! De paters van Averbode  zagen er wel wat in ze publiceerden de tekst  in hun tijdschrift Hooger Leven. Dat de tekst niet in de eerste uitgave van Sheherazade werd opgenomen had alles te maken met typografische  moeilijkheden. Echter in de 2de uitgave van 1946 werd de tekst van ‘1789 na’ met drie regels ingekort. De tekst moest op één blad passen en dat ging niet. Daardoor kwam de hoofdletter M in het woord oMwenteling weg te vallen. Precies die M die nodig was om DEMON te kunnen vormen. Met andere woorden, besluit Dirk van Hulle, de paters van Averbode zijn de enigen die de ‘DEMON’ niet uit de ‘ANARCHIE’ hebben gedreven.

1934: Première van zijn eerste toneelstuk De schone slaapster op 24 september door het Volkstooneel van Staf Bruggen.

  • Geschreven in 1932 werd het in 1933 door de Koninklijke Vlaamsche Academie bekroond met de Nestor de Tièreprijs. De uitgave in boekvorm door uitgeverij Ontwikkeling, Antwerpen volgde in 1936.

1935: Brulez schrijft een tweede toneelstuk: Het beste der werelden , een tekst met een toen zeer actuele politieke betekenis. Het is een zeer anti-fascistisch stuk – een vrije bewerking van Voltaire’s roman Candide ou l’optimisme.

  • Maar in deze jaren waarin fascistische partijen de wind in de zeilen hebben, wil geen enkel theaterdirecteur zijn vingers branden aan de satire van Brulez, noch in Vlaanderen en ook niet in Nederland.
  • Het stuk zal pas na de oorlog door de KNS te Antwerpen in april 1945 (première) in een regie van Michel van Vlaenderen worden opgevoerd. In 1952 zal het nogmaals hernomen worden.
  • Pas in 1953 zal de pekst in boekvorm verschijnen bij Uitgeverij Ontwikkeling te Antwerpen.

1935: Vóór de oorlog verschenen er bijdragen van hem in onder andere Forum en ’t Fonteintje.

  • In 1935 ontspon zich in het tijdschrift  ‘Forum’ een hele polemiek met Max Lamberty over Brulez’s zienswijze op literatuur, als zou literatuur niet meer dan een spiegel van de wereld moeten zijn, de taak van de schrijver er moet in bestaan van het leven enkel ‘de dramatische schoonheid’ en ‘filosofische betekenis’ te ontdekken en in het licht te plaatsen.
  • Lamberty verwerpt de enge visie van Brulez, omdat een schrijver die partij kiest voor een politieke, ethische en sociale opvatting ipso facto  buiten de ‘grenzen der literatuur’ zou treden.
  • Het hele debat over karakter en zin van tendensliteratuur kadert uiteraard in een tijdsgeest van fascistische dreiging. Echo’s vindt men tevens in Nederland (Ter Braak, Gresshof) en Frankrijk (Gide, Malraux)

De teksten zijn electronisch beschikbaar bij dbnl.

1935: Werd begin 1935 chroniqueur bij het Franstalige Brusselse weekblad Cassandre voor de Nederlandse literatuur.

  • Als Cassandre in 1937 een politiek instrument werd in handen van een hoofdredactie met fascistische sympathieën, zegt Brulez zijn medewerking op.
  • In de voorbije twee jaar heeft hij in totaal een vijftigtal kronieken geleverd, waarvan 30 over werk van Vlaamse auteurs. In 1938 werden ze gebundeld in een boekuitgave Ecrivains flamands d’aujourd’hui.( Bruxelles: Nouvelle Société d’Editions.)
  • Zijn bijdragen over de Nederlandse auteurs verwerkte hij na zijn benoeming bij het N.I.R. in 1936 in een reeks radioprogramma’s over de naoorlogse (WO I) Noord-Nederlandse literatuur.

1936 -1938: Literair adviseur bij het Nationaal Radio-Instituut (NIR) te Brussel.

  • Brulez levert in 1936 naast vertalingen ook eigen teksten voor allerlei gelegenheden: van ‘Het gelaat van de kust’, voor de cultureel-toeristische serie ‘De Belgische Zeekust’ tot de historische evocatie ‘Van Serajevo tot 4 Augustus 1914’ en de montage ‘Een jaar geleden: Küssnacht’ voor de herdenking van koningin Astrid die in 1935 in Zwitserland is verongelukt.
  • In 1939 verhuist Brulez naar Brussel, naar een appartement op de 8ste verdieping aan de Frère-Orbansquare in de Leopoldswijk.

1940-1945: De oorlogsjaren

Mei-juli: Vlucht naar en verblijf in Montpellier in Zuid-Frankrijk.

31 juli 1940: De N.I.R. wordt opgeheven en vervangen door Zender Brussel, een instrument van de Duitse Propaganda Abteilung. De leiding van de gesproken uitzendingen wordt toevertrouwd aan dichter Wies Moens.

31 augustus 1940: Raymond Brulez wordt officieel door de nieuwe Senderleiter Köppe uit zijn functie bij de omroep ontslagen.

  • Het enige proza dat Brulez tijdens de oorlog publiceert, is het 8 september 1940 gedateerde ‘Heimwee te Montpellier’, waarmee Het boek in Vlaanderen 1940 opent. Daarna staakt hij alle literaire bedrijvigheid omdat er in de Nieuwe Orde geen plaats was voor ‘een individualistische en sceptische kijk op het leven’.

6 juni 1944: Op de dag van de invasie in Normandië, stuurt Jan Boon- zelf op de vlucht voor de Duitse politie – een koerier naar Brulez’ kantoor om hem te waarschuwen dat hij onmiddellijk moet onderduiken omdat de Duitsers iedereen die iets met het vroegere NIR te maken had, zullen deporteren.

Zondagavond 3 september 1944: Op het balkon aan het Frère Orbanplein zijn Angèle en Annie Brulez getuige van een adembenemend schouwspel. Links in de Wetstraat arriveren de eerste geallieerde troepen; rechts op het kruispunt van de Nijverheidsstraat en de Belliardstraat zien ze de laatste Duitsers het hazenpad kiezen.
De oorlog is voorbij.

NAOORLOGSE JAREN

1945 – 1960: Wordt bij de N.I.R. benoemd tot directeur van de Vlaamse gesproken uitzendingen. (gepensioneerd op 1 september 1960).

Na de oorlog schreef hij literaire bijdragen voor Het Laatste Nieuws. Hij was – op verzoek van Hendrik Marsman en Simon Vestdijk – recensent van Vlaamse en Nederlandse romans voor De Groene Amsterdammer. Ook bij Elseviers Weekblad publiceerde hij artikels.

1950-1954: Publicatie van de tetralogie “Mijn woningen”: “Het huis te Borgen”, “Het pact der Triumviren”, “De haven” en “Het mirakel der rozen”.

  • Het is geromantiseerde autobiografie. In zijn werk relativeert Raymond Brulez de dingen des levens met een ironische afstandelijkheid.
  • “Het geeft onverwisselbaar gestalte aan een tijd: de jaren 1900-1950; aan een plaats: België met als voornaamste centra Blankenberge, Brugge en Brussel; aan een dubbelcultuur: de Vlaamse en Franse; aan een dramatiek: twee oorlogen en twee bezettingen; aan een politiek: sociaal en ideologisch; aan een psychologie: analytisch en observerend; aan een filosofie: sceptisch en humanistisch.” (Pierre H. Dubois in: Ons Erfdeel. Jaargang 41 (1998))

Voor “Het huis te Borgen” ontving hij de driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza.

Brulez Huis te Borgen 1951 Huis te Borgen in 1951

1953: Brulez’ tweede toneelstuk  De beste der werelden, “een dramatisering van Voltaire’s leuke roman Candide ou l’optimisme”, wordt eindelijk uitgegeven (Uitgeverij Ontwikkeling, Antwerpen). In Ten huize van… zegt Brulez: [het is een stuk] “waarbij ik de helden Pangloss en zijn leerling Candide in het Derde Rijk liet verzeilen, zodat mijn tweede bedrijf een ondubbelzinnige satire en persiflage werd op bepaalde toestanden die heersten onder het naziregime. Het stuk is pas na de laatste oorlog voor het voetlicht gekomen. (hij had het geschreven kort voor het uitbreken van WO II). Lode Zielens heeft de tekst tijdens de oorlog verborgen in het Archief van het Museum der Vlaamse Letterkunde te Antwerpen, omdat daar toch geen kat kwam snuffelen…”  Uit: Joos Florquin, ‘Raymond Brulez Micaralaan 92, Ouderghem-Brussel’ In: Ten huize van… 1 (1962).

1 september 1960: Pensionering van Raymond Brulez aan het N.I.R., enige maanden eerder herdoopt tot BRT (Belgische radio en Televisie)

24 september 1960: Verkozen als lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde.

1962: Voor Heidelands Vlaamse Pocket-reeks bundelt hij een vijftigtal Zoek de Mens-kronieken onder de titel Diogeentjes (VP nr 71)

1968: Van de Brugse uitgeverij Verbeke Loys komt in maart de vraag of hij geen ongebundeld werk in portefeuille heeft voor een ‘keurbibliotheek van novellen en kortverhalen’.

  • Dat verzoek resulteert in het bundeltje Proefneming der eenzaamheid, waarin ‘De terugkeer’, ‘de palen’ en ‘de meestermetser’ worden opgenomen en ‘De laatste verzoeking van Antonius’ wordt herdrukt. In extremis komt Brulez nog met een vijfde tekst ‘Postuum interview met mijzelf’ uit Elsevier van juni 1968, dat aansluit zowel bij de Sheherazade-verhalen als bij ‘De laatste verzoeking van Antonius’

1969: Publicatie van zijn laatste twee geschriften: De toren van Lynkeus, en autobiografisch geschrift en Proefneming der eenzaamheid een bundel verhalen.

  • De symbolische betekenis van Goethes ‘Toren van Linceus’ heeft hij reeds in zijn Vrije Radiotribune in 1946 uiteengezet als ‘de verheven uitkijkpost vanwaar de torenwachter het leven binnen en buiten ’s lands grenzen gadeslaat, de duizendvoudige manifestaties van het vaak boeiende, soms aangrijpende leven, en er zorg voor draagt dat tijdig de weerklank ervan in de klokken luide.’.

17 augustus 1972: overlijdt te Brussel.

  • De begrafenis verliep volgens de instructies die hijzelf al in februari 1965 op papier had gezet onder de titel ‘Als de dag komt…’ (Dies illa): “Kort en duidelijk: ‘begrafenis als van oma – zodus: geen lijkreden door vertegenwoordiger minster of Academie – op de rouwbrief geen vermelding “ere-directeur-generaal BRT” of “lid van de Kon. Vlaamse Academie” of vermelding van eretekens – alleen vermelden: “echtgenoot van wijlen Angèle Seynave”.

Een kleine appreciatie:

Waar Ernest Claes en Felix Timmermans voor het grote publiek schreven, richtte Brulez zich haast uitsluitend tot de cultuurmens en dat heeft voor een groot deel zijn literair fortuin bepaald. Formeel mocht hij dan een andere weg opgaan dan de toonaangevende Maurice Roelants en Gerard Walschap, toch is hij in zijn visie op de mens verder gegaan dan zij. Hij vermocht nl. ondubbelzinnig boven het kleinburgerlijke uit te stijgen. (Uit: Van ‘Arm Vlaanderen’ tot ‘De voorstad groeit’ 1888-1946, p. 457.)

BEKRONINGEN

  • 1933: Nestor de Tière-prijs voor het toneelstuk De schone slaapster (1933)
  • 1951: Driejaarlijkse staatsprijs voor proza voor Het huis te Borgen.

MEER OVER BRULEZ

  • Brackmann, Christine & Friesendorp, Marijke (reds.). 1996. Oosthoek Lexicon Nederlandse en Vlaamse Literatuur. Utrecht/Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers.
  • Goedegebuure, J. 1985. ‘Raymond Brulez’. In: De Nederlandse en Vlaamse auteurs. Van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. Ed. G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse. Weesp: De Haan.
  • Alstein, M. van. 1980. ‘Raymond Brulez’. In: Hugo Brems, Tom van Deel, Ad Zuiderent (reds.). Kritisch lexicon van de Moderne Nederlandstalige Literatuur. Groningen: Martinus Nijhoff uitgevers. Band 2. februari 1987.

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Website

Referenties

  • Prof. Dr. M. Rutten, Prof. Dr. J. Weisgerber, Van ‘Arm Vlaanderen’ tot ‘De voorstad groeit’ 1888-1946. Standaard Uitgeverij 1988. Deel IV. De vernieuwing van de romankunst door M. Dupuis.
  • Joris van Parys, De literaire jeugd van Raymond Brulez (1900-1914). In: Zacht Lawijd, Literair-historisch tijdschrift. (2011) 10-3, p.2-35. Letterenhuis, Antwerpen & Letterkundig Museum, Den Haag.
  • Joris van Parys, Raymond Brulez en de Sinte Katharina Drukkerij (1923-1927). In: Zacht Lawijd, Literair-historisch tijdschrift. (2012) 11-4, p.24-37. Letterenhuis, Antwerpen & Letterkundig Museum, Den Haag.
  • Joris van Parys, ‘Geen vriendschap onder den helm !’ Raymond Brulez en het activisme. In: Zacht Lawijd, Literair-historisch tijdschrift. (2014) 13-1, p.68-97. Letterenhuis, Antwerpen & Letterkundig Museum, Den Haag.
  • Joris van Parys, Gelukkig en vol droefenis. De werelden van Raymond Brulez. Uitgeverij Houtekiet, Antwerpen/Utrecht. -543p.(2015)

BIBLIOGRAFIE

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007

Chronologisch overzicht

Om de foto’s uit de fotogalerij te vergroten: klik op de foto

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1930 André Terval of Inleiding tot een leven van gelijkmoedigheid. (roman)
1954: 2de  druk als Salamander pocket bij Em. Querido’s Uitgeversmij N.V., Amsterdam
1978: 3de druk Uitg. Manteau, Brussel Den Haag in de reeks Grote Marnixpocket. vol. 158
1987: 4de ed. Bij J.M. Meulenhoff, Amsterdam.
Mechelen: Het Kompas. / Amsterdam: De Spieghel. -192p.
Afmetingen: 21 x 15.50 (gebonden in linnen kaft)
1932 De laatste verzoeking van Antonius. (roman)
 1954: tweede druk in Atlantis-reeks no. 3. A.A.M. Stols, ‘s-Gravenhage.
Brugge: Cultura / H. Cayman-Seynaeve (Vlamingstr., Brugge) -57p.
Reeks: Zeshoek Nr 3 Tweemaandelijksche studiereeks. (onder redactie van Jozef Muls, Vict. Leemans, en Raym. Brulez)
Afmetingen: 22.50 x 14 (ingenaaid)
Druk: Drukkerij-boekbinderij Scheerders Van Kerckhove’s Ver. Fabr. N.V. St.-Niklaas-Waas.
1932 De achtste reis van Sindbad, of: Het geluk is het andere. Amsterdam: Elsevier: -15p.
Overdruk uit: Elsevier’s geïllustreerd maandschrift. – 42(1932)
1932 Sheherazade of De literatuur als losprijs. (verhalen)
[Met een Waarschuwing van den uitgever]
1946: tweede herziene uitgave uitgegeven door De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen (druk: St Katharina Drukkerij) met daarin het wonderlijke hoofdstuk: De opstand der voetnoten.
1955: 3de druk bij Nederlandsche Boekhandel te Antwerpen.
1971: Het verhaal ‘Het beeld van de eeuwige godin’ werd opgenomen in de bundel ’54 Vlaamse verhalen‘, deel 1,  samengesteld door Karel Jonckheere en Marnix Gijsen, Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen pp 85-87
1999: 4de ed. bij Houtekiet, Antwerpen in de reeks Vlaamse bibliotheek nr 3.
Kortrijk: Uitgeverij “Steenlandt”. -147p.
Drie van de verhalen werden in 1931 voorgepubliceerd in in Forum (het titelverhaal ‘Sheherazade in het ’septmbernummer 1932, p. 586-601) , De Gids (‘De fatsoelijke faun’) en Elsevier’s Geïllustreerd Tijdschrift (De achtste reis van Sinbad’)
1936 De Noord-Nederlandse letterkunde sinds 1914 (essay) Brussel: Nationaal Instituut voor Radio.-23p.
Reeks: De moderne West-Europeesche letterkunde 6
Programmabrochures: Nederlandsche reeks / NIR [Brussel] – Brussel; vol. 9
1936 De schone slaapster: tooneelspel in drie bedrijven en een tusschenspel. (toneel).
1957: herwerkt tot televisiespel door Marc Mertens.
1962: Vertaald in het Spaans door F.M. Lorda Alaiz als ‘La bella durmiente : obra dramatica en tres actos y un interludo’. Mexico D.F. uitg. Aguilar pp. 110-170. Samen met: Teatro flamenco contemporáneo. – México, D.F., 1962
Antwerpen: Janssens. -71p.
Reeks: Tooneelfonds Jos. Janssens. – Antwerpen; vol. 655
24 September 1934: door het Volkstooneel van Staf Bruggen opgevoerd.
Dit toneelwerk werd door de Koninklijke Vlaamsche Academie bekroond met de Nestor de Tièreprijs.
1936 Novellen en schetsen.
[Met portret naar schilderij van Jos. J. Neutens].
Met een inleiding door Raymond Herreman.
Bevat: Inleiding (pp 3-4); De diefstal (pp 5-25); Ultima Thule (pp 26-41); Kleine schetsen (pp 42-47).
1936: Tweede druk ibidem.
1958: De novelle ’Ultima Thule’ werd geselecteerd in de bloemlezing Vlaamse Verhalen door André Demedts. (Uitgeverij Spectrum – Prismaboeken nr 335 pp 13-25)
 Brulez 9 Brugge: Uitgave De Garve – Ach. Van Acker. -47p.
Afmetingen: 21.50 x 12 (ingenaaid).
1937 Eén mei. (verhaal) – De klok (verhaal)

Bevat: Eén mei (pp 7-31); De klok (pp 33-49)
Overige auteurs in de bundel: Marcel Matthijs (De pacifist, Het Turksch kromzwaard en Mur Italien), Filip De Pillecyn (De aanwezigheid), Willem Putman (Mijn gevangene), Maurice Roelants (Een episode en Het negerbeeld) en Lode Zielens (Polka voor piston).
 1937 Vertellen  In: Vlaamsche  schrijvers VERTELLEN. (anthologie)  Uitgave: S.V. Onze Tijd, Brussel. -252p.
Afmetingen: 19 x 13 (ingebonden – harde kaft)
Gedrukt op de persen van V. Van Dieren & Co, 27, Venusstraat, Antwerpen. MCMXXXVII
1937
[z.j.]
Eén mei. (verhaal) – De klok (verhaal))
Afzonderlijke uitgave
Brussel: S.V. Onze Tijd -48p.
Afmetingen: 20.50 x 14.75 (ingenaaid)
Reeks: Vlamingen vertellen.
1938 Ecrivains flamands d’aujourd’hui. (essay)
Met een Préface door R.F. Lissens.
Bruxelles: Nouvelle Société d’Editions. -240 p..
Reeks: Essais et mémoires [7]
Afmetingen: 19 x 12.5
1946 Sheherazade of De literatuur als losprijs. (verhalen)
Dit is de tweede herziene en vermeerderde uitgave van 1932 met daarin het wonderlijke ‘anarchistische’ hoofdstuk: De opstand der voetnoten.
 Brulez 10 Antwerpen: De Nederlandsche Boekhandel. -175p.
Afmetingen: 18.50 x 11.50 (ingenaaid)
Druk: Sinte Katharina Drukkerij, Tempelhof, Brugge
1950 Het huis te Borgen. (kroniek)
Bekroond met de driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza.
Omslagontwerp: W.J. Rozendaal
1952: 2de druk
1961: 3de druk bij J.M. Meulenhoff, Amsterdam, Meulenhoff pockets 79
1967: 4de herziene druk bij Heideland, Hasselt in de reeks Vlaamse Pockets nr 210
              Brulez 8
1986: 6de druk in één band met Het pact der triumviren.
1997: 7de druk bij J.M. Meulenhoff, Amsterdam, in: Mijn woningen: autobiografisch vierluik.
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -156p.
Afmetingen: 20.75 x 13.50 (gebonden met stofomslag)
Colofon: Mijn Woningen deze geromanceerde mémoires vormen het eerste deel van een cyclus die, onder den gemeenschappelijke titel Mijn Woningen verder zal bevatten: Het pact der triumviren – De haven – Het mirakel der rozen
1951 Het pact der Triumviren. (kroniek)
Omslagontwerp: W.J. Rozendaal

1967: 2de herziene druk bij Heideland, Hasselt in de reeks Vlaamse Pockets nr 211

            Brulez 7                                          

1986: 3de druk bij J.M. Meulenhoff, Amsterdam, in één band met Het huis te Borgen.
1997: 4de druk bij J.M. Meulenhoff, Amsterdam in: Mijn woningen: autobiografisch vierluik.
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -190p.
Afmetingen: 20.75 x 13.50 (gebonden met stofomslag)
Colofon: ‘Het pakt der triumviren’ is het tweede deel van de cyclus geromanceerde mémoires Mijn Woningen. Reeds vroeger verscheen Het huis te Borgen. In bewerking zijn III De haven en IV Het mirakel der rozen.
1952 De haven. (roman)
Omslagontwerp: W.J. Roze ndaal
1968: 2de herziene druk bij Heideland, Hasselt in de reeks Vlaamse Pockets nr 232

Brulez 6

1986: 2de druk bij J.M. Meulenhoff, Amsterdam, in één band met Het mirakel der rozen.
1997: 4de druk bij J.M. Meulenhoff, Amsterdam in: Mijn woningen: autobiografisch vierluik.
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -185p.
Afmetingen: 20.75 x 13.50 (gebonden met stofomslag)
Colofon: ‘De haven’ is het derde deel van de cyclus geromanceerde mémoires Mijn Woningen. Reeds vroeger verschenen Het huis te Borgen, en II. Het pakt der triumviren. In bewerking IV Het mirakel der rozen.
1953 De besten der werelden. Zeer vrij naar Voltaire’s Candide ou l’optimisme. (toneel)
Geïllustreerd met 3 foto’s van de K.N.S.-opvoering te Antwerpen in april 1945 (première) in een regie van Michel van Vlaenderen.
Najaar 1952: Heropvoering in de KNS te Antwerpen met 5 voorstellingen tussen zaterdag 18 en donderdag 23 oktober tgv het 100-jarige bestaan van het Nationaal Toneel van België.
1957: radiobewerking door Bert Brauns uitgezonden op 23 januari 1957
Antwerpen: Ontwikkeling. -127p. + 6 p. foto’s.
Afmetingen: 21 x 13
1953 De verschijning te Kallista. (roman)
Omslagontwerp: Bertram Weihs
1950: Eerder verschenen in het NVT
1967: 2de ed. bij Manteau te Brussel als Marnix pocket nr 41.  Omslagontwerp: Stefan Mesker.
brulez-1a-2de-druk
 Brulez 1 Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -133p.
Colofon: Het concept van De verschijning van Kallista dagtekent van 4 december 1933
Het eerste hoofdstuk werd geschreven in 1944; de overigen in de zomer van 1949. Lof zij de Goden en Godinnen !
1954 De laatste verzoeking van Antonius. (novelle)
Met een tekening van H. Berserik.
Heruitgave van 1932.
 Brulez 4 ‘s-Gravenhage: A.A.M. Stols. -67p.
Reeks: Atlantis-reeks nr 3
1954 Het mirakel der rozen. (roman)
Omslagontwerp: W.J. Rozendaal
1968 : 2de herziene druk bij Heideland, Hasselt in de reeks Vlaamse Pockets nr 233.

Brulez 5

1986: 2de druk bij J.M. Meulenhoff ,Amsterdam, in één band met De haven.
1997: 3de druk bij J.M. Meulenhoff, Amsterdam in: Mijn woningen: autobiografisch vierluik.
 Brulez 11 Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -252p.
Afmetingen: 20.75 x 13.50 (gebonden met stofomslag)
Colofon: ‘Het mirakel der rozen’.is het laatste deel van de cyclus geromanceerde mémoires Mijn Woningen. Reeds vroeger verschenen I. Het huis te Borgen; II. Het pakt der triumviren; III. De haven.
1962 Diogeentjes. (essays)
Op achterflap: Deze Diogeentjes vormen een typische keuze uit de artikels die van zijn hand in de rubriek ‘Zoek de mens’ van het ‘Nieuw Vlaams Tijdschrift’ zijn verschenen.
Brulez 2 Hasselt: Uitgeverij Heideland. -129p.
Reeks: Vlaamse pockets 71 (VP71)
Afmetingen: 18 x 11 (pocket)
1969 De toren van Lynkeus. (autobiografisch essay) Brugge/Utrecht: Desclee de Brouwer. -131p.
Reeks: Open Kaart.
Afmetingen: 19 x 11.50 (gebonden met stofomslag)
Gedrukt op de persen van de Sint-Augustinusdrukkerij te Brugge in opdracht van de Uitgeverij Desclée De Brouwer.
1969 Proefneming der eenzaamheid. (verhalen)
Bandontwerp Luc Peire.
Bevat: ‘De terugkeer’ (pp 7-16), ‘De palen’ (pp 21-27), ‘de meestermetser’ (pp 31-35) ‘De laatste verzoeking van Antonius’ (pp 39-92), ‘Postuum interview met mijzelf’ (pp 97-103).
Brulez 3 Brugge/Sint-Andries: Verbeke-Loys. -104p.
Reeks: Miniboek (MB/8)
Afmetingen: 18.50 x 11 (pocket)
1971 Het beeld van de eeuwige godin. (Verhaal uit “Sheherazade of De literatuur als losprijs”) Gijsen Jonckheere 33 In: “54 Vlaamse verhalen”, deel 1,  samengesteld door Karel Jonckheere en Marnix Gijsen, Uitgeverij Paris-Manteau, Antwerpen pp 85-87.
 

 POSTHUME UITGAVEN

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1986 Mijn woningen. Deel I Huis te Borgen Het pakt der triumviren.
Met een voorwoord van Pierre H. Dubois.
Het huis te Borgen, 6e dr.; Het pakt der triumviren, 3e dr.
Omslag vermeldt: Boek 1 en 2
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -372p.
Reeks: Meulenhoff editie 867a
1986 Mijn woningen. Deel II De haven, Het mirakel der rozen.
De haven 3de druk. Het mirakel der rozen 2de druk
Omslag vermeldt: Boek 3 en 4
Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -446p.
Reeks: Meulenhoff editie 867b
1997 Mijn woningen: autobiografisch vierluik.

Vormgeving: Joost van de Woestijne
Omslag: Aemi a Campo
Bevat: Het huis te Borgen (1950), Het pakt der triumviren (1951) De haven (1952) en Het mirakel der rozen (1954)
Brulez 13 Amsterdam: J.M. Meulenhoff. -765p.

Afmetingen: 21 x 14 (ingenaaid – hardcover, vollinnen, met stofwikkel)
Eenmalige oplage van 1000 genummerde exemplaren.
1999 Sheherazade of De literatuur als losprijs. (verhalen)

1932: 1ste druk
Dit is de 4de editie.
Antwerpen: Houtekiet/Baarn: De Prom, -125p.

Reeks : Vlaamse bibliotheek nr 3
Afmetingen: 22 x 14.30 (gebonden – harde geïllustreerde kaft)