home | Inloggen
Aantal schrijvers: 525 | Aantal boeken:

15394

Brondeel, Paul

Maakt deel uit van:

PAUL BRONDEEL

Lede, 20 juni 1927 – Brugge, 1 maart 2009

Paul Brondeel was ambtenaar in Belgisch Kongo.

In zijn eerste romans schreef hij zijn ervaringen in de voormalige Belgische kolonie neer, nadien gewone romans, verhalen en poëzie.

Verdwijnen

Later zal hij uit je leven verdwijnen,
uit het tastende, snuivende, snuffelende bestaan
van irritatie en verwarring, maar met de schitterende
herinnering aan je handen, waarvan hij nooit genas.

(Uit: “Blind” – © Paul Brondeel)

 

BIOGRAFIE

20 juni 1927: Geboren te Lede als Paul Maria René Brondeel.

1927-1938: Woont in Lede, op verschillende adressen.

1938: Verhuis naar Gentsestraat, Aalst.

  • Loopt school aan het Sint-Maartenscollege Aalst
  • Moeder besluit van vader te scheiden: moeder, Paul en zus verhuizen naar Gentbrugge, wonen er boven cafe ‘In den hert’.
  • Brondeel maakt zijn studies niet af.

Vader leeft volledig geïsoleerd. Hij is zwaar verslaafd aan alcohol en sterft op 53-jarige leeftijd aan levercirrose.
Brondeel zou zich altijd schuldig blijven voelen over de dood van zijn vader.

1946-1954: Werkzaam bij de RTT (Regie Telefonie & Telegrafie) in Brussel

1949: Huwelijk Brondeel (22 jaar) en Christiane Hubaut (17 jaar).

September 1954 – januari 1955: Verplichte cursus aan de Koloniale School te Brussel.

Van 1955 tot juni 1961: Ambtenaar in Belgisch-Kongo.Werkzaam in de regio van Coquilhatstad. Verbleef tevens te Kamina en Usumburi.

  • 1955: Vertrek naar Kongo. Woont in Elisabethstad (nu Lubumbashi).
  • Juni 1958: Einde eerste termijn in Kongo, keert voor zeven maanden terug naar Belgie.
  • Januari 1959: Start van tweede termijn in Kongo. Woont in Coquilhatstad (nu Mbandaka).
  • Augustus 1960: Kongo onafhankelijk.

Vanaf 1961: Vond werk bij de toenmalige RTT en vestigde zich in de Keizer Karelstraat te Brugge.

Begint te schrijven.

1966: Bekroond met de Prijs voor de roman van de Provincie West-Vlaanderen voor ‘Dagboek van een nacht’.

  • Dagboek van een nacht’ is Brondeels gaafste en sterkste roman Het is een lange monoloog van een in afzondering wonende koloniale ambtenaar, die in grote angst zit te wachten op de aankomende opstandige zwarte rebellen. Allerlei herinneringen tobben door zijn hoofd. Tenslotte stormt hij schietend en schreeuwend naar buiten. Flitsend en vitalistisch geschreven, maar niettemin het relaas van een failliet, van het einde van een tijdperk.

1967-1970: Als letterkundige is zijn naam vooral verbonden aan de koloniale romans Dagboek van een nacht (1967) en Ik, blanke kaffer (1970) die een indringend beeld schetsen van een koloniale loopbaan en van de onzekerheden die het einde van de koloniale periode kenmerkten. Beide romans bereikten een grote oplage en nuanceerden enkele sterk verspreide clichés over het ambtenarenleven in de kolonie.

Zijn roman Ik, blanke kaffer (1970) was bedoeld als een antwoord op de Kongoboeken van Jef Geeraerts.

Na Ik, blanke kaffer zal Brondeel geen kongoromans meer publiceren en wordt vaak Brugge het decor voor zijn verhalen.

In de jaren zeventig en tachtig publiceerde hij onder meer de romans Nachttrein in september (1974), Peter Bloeme (1983) en Manslag (1988). Zijn literair mensbeeld is getekend door een somber pessimisme dat niet zelden een existentiële angst verwoordt. Tot op hoge leeftijd bleef hij literair actief: naast romans publiceerde hij ook kortverhalen en poëzie.

1985: Vervroegd op pensioen wegens rugwerveldegeneratie.

25 februari 2007: Overlijden van zijn echtgenote Christiane Hubaut.

Het gezin telde 4 kinderen.

  • Zijn jongste en enige dochter Katrien Brondeel, geboren in oktober 1958 (nog de Congo periode meegemaakt maar was toen –naar eigen zeggen- te jong om het zich te herinneren), is muzikante en zangeres.  Ze werkt op dit moment aan een project om gedichten van haar vader op muziek te zetten. (e-mail:  katrien.brondeel@skynet.be.)

1 maart 2009: Overleed te Brugge.

Paul BRONDEEL is een te bescheiden auteur, van wie het werk, bestaande uit een dozijn romans, onvoldoende appreciatie kreeg.

Uit Gierik:

Paul Brondeel geeft toe dat het stil rond hem geworden is, maar besluit dat hij
toch niet te verbitterd terugkijkt: ‘Ik dank u voor uw brief, waarmee u meedeelt
dat u overweegt aandacht te schenken aan Vlaamse ‘zwijgende’ auteurs. Ik denk
dat ik behoor tot die zwijgende schrijvers, omdat ik met mijn probeersels de
laatste tien jaar nergens meer terecht kan. Ter illustratie. Enkele jaren geleden
stuur ik een verhalenbundel naar een bekende Vlaamse uitgeverij die me
enthousiast meedeelt dat mijn bundel erg goed is, in elke geval beter dan de teksten
die zij gewoonlijk ontvangt. Maar de uitgeverij overweegt geen uitgave van
de bundel, omdat er geen lezers meer zijn van verhalen en de boekhandels geen
bestellingen meer doen. De uitgeverij vraagt een roman. Ik stuur een roman,
maar bijna per kerende post, krijg ik het bericht dat mijn roman slecht is,
onleesbaar en zeker niet in aanmerking komt voor publicatie. Ik stuur nadien de
roman en de verhalenbundel naar Nederlandse uitgeverijen in Amsterdam. Na
ongeveer 6 maanden en diverse telefoontjes krijg ik het summiere bericht dat ze
niet geïnteresseerd zijn in mijn proza. Ik stuur mijn bundel weer naar een
Vlaamse uitgeverij die me ook na maanden meedeelt dat ze ook geen verhalen
of novellen meer publiceert. Ik zal het maar geloven. Ik word dus een zwijgende
schrijver. Hoewel, ik schrijf gedichten en ga er soms helemaal in op. Ik werd
zelfs laureaat van een paar poëziewedstrijdjes (o.m. Blankenberge, Sint-
Niklaas). Ik beschouw me als een ‘lispelende’ schrijver; want poëzie is toch,
meen ik, stilte of hooguit zacht spreken of fluisteren.
Dat ik als prozaschrijver nergens meer aan de bak kom, werkt natuurlijk op
mijn gemoed, maar ik vind compensatie in de poëzie en teer een beetje op mijn
vroegere roem, hoewel dit laatste zeer relatief is, zoals u weet. Roem, haha! Wie
kent er nog André Demedts, Ruthe, Fernand Handpoorter, Frans van Isacker,
Maurice D’Haese, Paul Brondeel? (…) Al de problemen van de zwijgende schrijvers
die u in uw brief citeert, zijn ook een stukje de mijne, maar ik ben niet verbitterd.
Ook niet woedend, zelfs niet op ‘Cultuur’.’
 
Uit Gierik

 

Op dit kaartje van voormalig Belgisch Congo waarop is aangegeven in welke regio verschillende schrijvers – waaronder Paul Brondeel (3) – actief waren. Het kaartje is van de hand van Julien Vermeulen en werd gepubliceerd in het themanummer van het Tweemaandelijkse Tijdschrift Vlaanderen nr 225 jg. 38 (1989) nr 2. Voor vergroting en helderheid => klik op het kaartje !

BEKRONINGEN

  • 1965: Eerste premie voor de novelle van de Provincie West-Vlaanderen voor ‘Schuld’
  • 1966: Prijs voor de roman van de Provincie West-Vlaanderen voor Dagboek van een nacht.
  • 1966: Prijs voor de novelle van het tijdschrift ‘Nieuwe Stemmen’ voor ‘De nacht is een spiegel’
  • 1967-1968: Prijs en Premie voor verhalen van het tijdschrift ‘West-Vlaanderen’ voor ‘De man achter het venster’ en ‘Deelneming’.
  • 1970: Prijs voor de novelle van de Provincie Oost-Vlaanderen de novelle ‘Cirrose’
  • 1974-1975: Premie voor het kortverhaal van de stad Menen voor ‘Tanden’
  • 1989: Daan Inghelramprijs voor gehele oeuvre, naar aanleiding van de publicatie ‘Manslag’

GERAADPLEEGDE BRONNEN

Websites

Referenties

  • De Afrika-roman in Vlaanderen. Themanummer. Tweemaandelijkse Tijdschrift Vlaanderen nr 225 jg. 38 (1989) nr 2.
  • Fernand Bonneure, ‘Brondeel, Paul, in: M. Janssens e.a (red.). Vlaamse prozaschrijvers na 1945 (1988), p. 69-70;

 

SMAAKMAKER

DE LAATSTE DEUR

Ik moet de deur sluiten, de laatste deur, en ik weet niet of ik de vorige deur heb gesloten, en ik weet niet meer of ik de brandkastdeur heb dichtgemaakt, en ik ga opnieuw alles controleren, weer de laatste deur openmaken en de voorlaatste en overal het licht aansteken en de brandkastdeur is stevig gesloten – is ze wel stevig gesloten ? Ja, ze is stevig gesloten – en nu nog eens de voorlaatste deur…En heb ik het licht wel uitgeknipt ? Inderdaad, het licht is uitgeknipt. En de voorlaatste deur is werkelijk goed gesloten, ze is werkelijk, werkelijk, werkelijk volkomen dicht en stevig, en alle grendels, sleutels, krukken, hangsloten zitten op hun plaats, hij hijgt, hij is onzeker geworden, hij zal nooit meer zeker zijn, en hij is de laatste man, op hem zal alle schuld geladen worden als iets misloopt, hij knipt het licht weer aan en weer uit, alles is in orde, ik weet nog altijd wat ik doe, ik ben nog niet krankzinnig. En nu nog de laatste deur. Ze is gesloten. Is ze wel gesloten ? En nogmaals aan de kruk voelen, ze is gesloten, ze is godverdomme goed gesloten, ik moet nu niet meer wachten, niet meer staan aarzelen. Maar zou ze stevig gesloten zijn ? En heb ik wel alle lichten uitgeknipt ? opnieuw alle bewerkingen herbeginnen, het duurt weer minuten, hij heeft zijn mantel al aan en zijn hoed op, zijn handen zweten verschrikkelijk. De deuren zijn nu weer alle dicht en nu nog eens alles checken, rustig, en bewust zijn van alle handelingen, dit slot tweemaal rechts, dit slot driemaal, het is zeker, hij heeft driemaal gedraaid. Of slechts tweemaal ? Neen, driemaal, werkelijk driemaal, hij mag niet meer twijfelen. En alle lichten zijn gedoofd en de alarmbel van de brandkast ligt aan, de alarmbel heeft hij niet meer aangeraakt, dat weet hij zeker, hij meent toch zeker te zijn, nee, hij is zeker, volstrekt zeker, en nu nog slechts de allerlaatste deur, drie keer naar echts draaien, hij doet het, en nu aan de kruk voelen, de deur is staalvast gesloten, ze is, jazeker, staalvast dicht, hij mag niet meer treuzelen, de trein is reeds lang vertrokken. Hij zal in een telefooncel Evelyne opbellen om te zeggen dat hij later komt, en nu nog even voelen aan de kruk, de kruk beweegt niet, dus is de deur goed gesloten, nog één keer de kruk proberen en dan kan hij vertrekken, maar op de overloop bedenkt hij zich en keert op zijn passen terug, gaat weer aan de deurkruk voelen, nu moet ik glimlachen, denkt hij, spotlachen om mijn onzekerheid, en een deuntje fluiten. Hij daalt de trap af, en dit is angstzweet of krankzinnigenzweet, want hij stormt opnieuw de trap op, komt op de overloop, tot bij de laatste stalen deur en bij de kruk, ik moet ermee ophouden, maar ik kan niet, ik kan niet, en de tweede trein zal hij ook missen en hij loopt telkens heen en weer tussen trap en deur, hij kan niet meer ophouden, hij is volkomen buiten zichzelf, en hij dampt van het zweet, hij is uitgeput, hij sleept zich naar de deur toe, ze is dicht, God, Hemel, Satan, ze is is is is is is is is dicht, laat deze kelk van mij wegnemen, en de nachtwaker vindt hem en helpt hem recht en een taxi brengt hem thuis en officieel heeft hij een koortsaanval gehad…

Uit: Weekend in Brugge. 1973

BIBLIOGRAFIE

De gegevens van deze bibliografie werden onder meer nagekeken bij

  • Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience – Antwerpen.
  • Koninklijke Bibliotheek van België – Brussel / Bibliothèque Royale de Belgique – Bruxelles.
  • Piet Devos: Van reuzen tot dwergen. Bibliografie – Vlaamse schrijvers in de 20ste eeuw – Eerste drukken. Kortrijk, eigen beheer 2007.
  • POËZIECENTRUM VZW – Gent

Om een foto uit de fotogalerij te vergroten klik op de foto

Chronologisch overzicht

Jaar Titel Fotogalerij Uitgeverij 1ste druk
1967 De nacht is een spiegel. (novelle) Nieuwe Stemmen: nr 3,  23e jaargang,  januari 1967. -90p.

Afmetingen: 23.60 x 15.70 (geniet)
1967 Dagboek van een nacht. (Kongo roman) Antwerpen/Utrecht: Uitgeverij Standaard . -116p.

Reeks: Standaard Literatuur Vandaag.
Afmetingen: 21 x 13 (gebonden met stofomslag)
Druk: Smits Wommelgem
1968 De handen. (Kongo roman)

Omslagontwerp: Stefan Mesker
 Brondeel 11 Brussel/Den Haag: A. Manteau  -123p.

Reeks: Grote Marnixpocket nr 34 (gMP 34)
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
Druk Geuze Dordt
1968 Het andere leven. (Kongo roman) Antwerpen/Utrecht: Uitgeverij Standaard . -103p.

Reeks: Standaard Literatuur vandaag.
Afmetingen: 21 x 13 (gebonden met stofomslag)
1970 Ik, blanke kaffer. Het verhaal van een vervreemding (Kongo roman)

Omslagontwerp: Mark Leytens
1971: Tevens uitgegeven bij Davidsfonds te Leuven. -157p. Reeks: Belfortreeks ; nr. 573 – 1971-1. Afmetingen: 20.80 x 12.60 (gebonden – harde kaft met stofomslag) – Zelfde cover ontwerp.
Brondeel 3 Antwerpen/Utrecht: Uitgeverij Standaard . -157p.

Reeks Standaard literatuur vandaag
Afmetingen: 21 x 13 (paperback)
1973 Weekend in Brugge, of Een leven omstreeks veertig. (roman) Brondeel 5 Brugge: Uitgeverij ” Orion “/Utrecht : N.V. Desclée De Brouwer. -172p.

Reeks: Merkstenen nr 54
Afmetingen: 19.50 x 12.50  (paperback)
Gedrukt op de persen van Scheerders van Kerckhove te Sint-Niklaas Waas in opdracht van uitgeverij Orion/N.V. Desclée De Brouwer.
1974 Nachttrein in september. (roman)

Omslag (Stefan Loeckx)
Brondeel 4a Leuven: Davidfonds. -151p.

Reeks: Belfortreeks nr 591 : 1974: 1
Afmetingen: 21 x 13 (paperback & gebonden – harde linnen kaft met stofomslag)
1975 Het web in de hersens. (roman)

Omslag: Stefan Loeckx
Leuven: Davidsfonds. -159p.

Reeks: Belfortreeks nr 598 : 1975: 2
Afmetingen: 21 x 13 (gebonden – harde kaft met stofomslag)
1976 De meerdere jaren. Een laatste synthese van een laatste analyse. (roman)

Omslag: Roger Vansevenant
Nijmegen: B. Gottmer / Brugge: Uitgeverij Orion-175p.

Afmetingen: 21 x 13.50 (paperback)
1983 Peter Bloeme. (roman)

Omslag: Wilfried Smets
Leuven: De Clauwaert VZW. -143p.

Reeks: Boekengilde De Clauwaert ; vol 1983 ( 5)
Afmetingen: 19.50 x 13 (gebonden met stofomslag)
Gedrukt en gebonden bij de firma Scheerders van Kerckhove N.V. St-Niklaas
1988 Manslag. (roman)

Omslagtypografie: Rikkes Voss
Omslagillustratie: Ich werde für die Kunst und für meine Geliebten gerne ausharren (1912) van Egon Schiele
 Brondeel 10 Brussel/Den Haag: Manteau A. -151p.

Reeks: Grote Marnixpocket nr 348 (gmp 348)
Afmetingen: 20 x 12.50 (paperback)
1994 De brief van Francesca.

Vormgeving en omslagontwerp: Gregie de Maeyer
Omslagillustratie: Pieter Brueghel, ‘Dulle Griet’ Museum Mayer van den Berg, Antwerpen
Brondeel 1 Leuven: Davidsfonds/Clauwaert. -141p.

Afmetingen: 21.50 x 14 (gebonden – harde bruin linnen kaft met stofomslag)
Gezet in classical Garamond 11/13
Gedrukt en gebonden Scheerders van Kerckhove N.V. Sint-Niklaas.
1995 Gipsy. (novelle)

Omslagontwerp: Gregie de Maeyer
Omslagillustratie: Giovanni Segantini ‘De broze moeders’ Österreichische Galerie Wien
Brondeel 2 Leuven : Davidsfonds/Clauwaert. -52p.

Afmetingen: 19.50 x 12 (ingenaaid)
Gezet in classical Garamond 11/13
Gedrukt en gebonden Scheerders van Kerckhove NV, Sint-Niklaas
2004 De berg van de dag. (poëzie)

Deeltitels: Het zal mijn huis wel zijn; Bekendmakingen; Alsof; Snapshots; Portret; Het verdriet van de oude man; Blind.
Brondeel 6 Amsterdam: De Beuk.-50p.

Afmetingen: 19.50 x 12.50 (ingenaaid)