home | Inloggen
Aantal schrijvers: 535 | Aantal boeken:

15559

Frans-Belgische 'Vlaamse school'

Voorgeschiedenis 1815-1830

Nee, in 1830 bestond nog geen nationaal Belgische literatuur, geen Franstalige ook geen Nederlandstalige.
Pas in 1833 zal, bij monde van Jean-Baptiste Nothomb de schrijvers een duidelijke tak worden toebedeeld: “Une nation qui a la conscience d’elle-même est à la fois une puissance inbtellectuelle et politique; la Belgique politique est reconstituée, la Belgique intellectuelle doit naître également.” Hiertoe moest België o.m. op een nationale literatuur kunnen bogen; van ondergeschikt belang was de vraag of zij in het Nederlands of in het Frans moest worden geschreven ‘”N’ayons qu’un coeur pour aimer la Patrie / Et deux lyres pour la chanter” dichtte Antoine Clesse).

1848

De jonge Franstalige schrijvers die midden de 19de zichzelf affirmeerden wilden dan ook vooral Belgisch zijn. Zij wilden ‘zichzelf’ zijn (Soyons nous-même), geen epigonen van de heersende (Parijse) stijlen als decadentisme, Parnasse, l’Art pour l’Art enz. Dus deden ze beroep op de rijke culturele erfenis van het vroegere Vlaanderen. (Ch. De Coster; Lemonnier) of op de regionale eigenheden (Eekhoud; Verhaeren; Georges Rodenbach: Maeterlinck).
Wat betreft de roman kunnen we Charles De Coster en Camille Lemonnier als grondleggers van de ‘Vlaamse school’ binnen de Belgische literatuur aanduiden. Voor het theater moeten we wachten tot 1890 met het toneelstuk La Princesse Maleine van Maurice Maeterlinck. Wat de poëzie betreft is het niet zo duidelijk: We kunnen voor deze êriode enkel wijzen naar André Van Hasselt (Maastricht 1806-1874) en Eugène Dubois (Antwerpen 1827-1870)

De jaren 1870-1890

Dit is zowat de bloeiperiode van de Franstalige ‘Vlaamse’ school. Een plejade begaafde schrijvers – bijna allen in Vlaanderen geboren – schreven de langverwachte ‘Vlaamse ‘ werken in een literaire taal, die soms opvallend van het Standaardfrans afweek: Georges Eekhoud, Emile Verhaeren, Georges Rodenbach.

Latere evolutie

Na wereldoorlog I zullen we nog een aantal auteurs ontmoeten die in dezelfde traditie voortwerken. Er is natuurlijk Marie Gevers, nauw verwant met de families Bergmann en Willems. Er is Suzanne Lilar met haar Enfance Gantoise, maar langzaam breekt het elan en wordt de Vlaamse toets minder en minder.
We zullen merken dat een aantal schrijvers die in deze sfeer thuishoren er uiteindelijk voor kiezen om in het Nederlands te publiceren. We refereren hier onder andere naar Rose Gronon.

Schrijvers