home | Inloggen
Aantal schrijvers: 536 | Aantal boeken:

15559

Notities van een boekenwurm 5 Wereldoorlog I Getuigenis

Onlangs kreeg ik een zeer mooie reactie op mijn bio/bibliografische notities over de schrijfster Jet Jorssen.

Daar de grote herdenkingen van 11 november nog vers in het geheugen liggen wil ik deze toch wel belangrijke idee met mijn lezers delen.

Onderwerp: Het verschil

Bericht:

Zeer zeker ‘n proficiat voor haar (= Jet Jorrsen nvdr. ) schrijverstalent !
Anderzijds stond ik in de 2e W.O. aan de verzetszijde mede alle tegenkantingen van SS zijden ! Ik kreeg er slagen / alle ontberingen/ zeer veel HONGER en nog meer KOU! Ik kon via mijn “franse” familie onderduiken.Miek daarna als “Volontary  2e L.T.” met het Canadian Army …en de landing …en den  Ardennerslag mee ,om den oorlog te zien eindigen aan de “ELBE” …Jaren van schromelijke ellende / miserie en lijden onder de SS (Duitse en Vlaamse) ! Ik vraag me nu nog altijd af , op mijn hoge ouderdom , 86 jaar. Waarom joegen deze SSers op ons  en schoten op ons alsof we hazen waren ??? Dit alles is nu 65 tot 70 jaren voorbij . Ik heb alles vergeven , zelfs wil ik het vergeten en deze deur voorgoed sluiten , alleen  die prangende vraag blijft me steeds bij ……..waarom  waren wij voor dit soort collaboratie …SS…..N.S.J.V…….DMZB….enz  ‘n soort op te jagen en te vernietigen wild ???? Ik verwacht evenwel GEEN passend antwoord !  Ik zou willen antwoorden aan al die twist  ende politiekers…..aub mensen ….vraag ons (en hiermee bedoel ik  zowel mensen uit de collaboratie als mensen zoals ik zelf uit het verzet en wellicht als SOLDATEN tegenover mekaar gestaan……met de mitrailleur op elkaar gericht)…vraag ons eens rond jullie twistende tafel en luister ons,  hoogbejaarden , hoe  dwaas we toentertijd  ons als mensen gedragen hebben en hoe we het ons inderdaad nu absoluut afvragen , had het wel zin en nut en het grote waarom, voor die schamele luttele tijd die we hier rondlopen ! Wees toch verstandig en prijs de HEER dat HIJ nog steeds ons ‘n bepaalde VREDE schenkt ! Laten we dit toch AUB koesteren als ‘n kostbare schat! En als eenvoudige mensen elkaar vredevol de hand drukken en ‘n knuffel geven ! Dit ware toch veel beter ! In vrede met mekaar leven is toch zo schoon , geloof ons aub ! Ik geloof vast dat de andere zijde (tussen 1940 – 1945) nu evenzo denkt als ik en ik wens reeds lang met hen in volle vrede te leven , wat ik absoluut nog  iedere dag probeer!

zeer genegen. Henri.JAECQUES.

Getroffen, heb ik  hem er het volgende over teruggemaild:

Ik ben ‘slechts’ 61 en heb de oorlog van geen kant meegemaakt, meer nog ik moet zo al rond de 20 jaar zijn geweest vooraleer ik mij van situaties als collaboratie, verzet, repressie en de vreselijkheid van de oorlog zelf ten volle bewust ben geworden. Nu weet ik iets meer, begin ik iets meer te begrijpen, daarom is uw reactie – waar ik mij ten volle kan bij aansluiten – zo welkom.
Ik moet u ook nog dankbaar zijn om een andere reden. Zonder enige twijfel ben ik opgelucht dat destijds de Duitse Nazi beweging gestopt is geweest. Ook ben ik mij er zeer van bewust wat voor offers daar zijn voor gemaakt.

11 november geldt natuurlijk voor alle oorlogen. Maar hier volgt een “in memoriam”  voor de vader van de heer Jaecques die als soldaat die oorlog heeft meegemaakt. De tekst is van de heer Henry Jaecques.

 “Quote”

Mijn vader overleed op 98 jarige leeftijd ; 1890  – 1988     Dinsdag 10 November 2010

 HET OORLOGSVERHAAL VAN SOLDAAT LEON JAECQUES.TORHOUT
TIEN  JAAR  en EEN MAAND SOLDAAT !
 
Voor de thans negentigjarige Leon JAECQUES uit de Kortemarkstraat.N°94 te 8820 TORHOUT zijn de herinneringen aan de eerste WERELDOORLOG nog steeds zeer fris en levendig gebleven. Wanneer je met hem over dit oorlogsgebeuren spreekt, weet Hij zelfs nog de kleinste details en feiten in herinnering te brengen. En zelfs met ’n tikkeltje trots zegt Hij : “ Ik ben tien jaar en éen maand soldaat geweest” . Bij die woorden kijk  je  verassend op .
“Hoe is het mogelijk ????” Doch de OORLOG 1914 – 1918 hield Léon JAECQUES naast zijn vroegere legerdienst nog 6 jaar en 2 maanden onder de Wapens. Onze Torhoutenaar is meteen een VUURKRUISER die terecht mag zeggen werkelijk het VADERLAND te hebben gediend, weliswaar NIET VRIJWILLIG !( Eerst hem der  ingeloot , dus voor 4 jaar soldaatje spelen in MONS,om  in 1914 bij het uitbreken van de 1e wereldoorlog te moeten onder de wapens blijven , dus ………”!
Afkomstig uit het landelijke dorp WERKEN. West-Vlaanderen, waar Hij geboren werd op 28 februari 1890, vervulde Léon JAECQUES zijn legerdienst bij het 5e en 6e “Chasseurs à Pied” ofte “ Jagers te voet “( in ’t Vlaams). Hij was gekazerneerd te MONS (BERGEN) en uit die tijd “1910 – 1914”herinnert Hij zich nog zeer duidelijk hoe het leger diende op te treden  tijdens ’n werkstakingwelke in die periode in Wallonië was uitgebroken.(echter zeer uitzonderlijk).
Nauwelijks twee maand in ’n Blauw Uniform met als hoofddeksel ‘n “SHAKOO” werd Hij als jonge rekruut de straat in Charleroi opgestuurd om het stakersgeweld , desnoods met geweld, te onderdrukken. De jonge “VLAAMSE”rekruten , de “FRANSE” bevelen NIET verstaande , weigerden in te grijpen ,en zekerlijk niet te chargeren “BAJONET au CANON”! Dienvolgens werd erdoor de legerleiding alles maar afgeblazen en konden de rekruten spoedignaar hun kazerne in MONS terugkeren. Op 01 augustus 1914 zou soldaat Léon Jaecques afzwaaien en Hij had reeds werk gevonden in een zagerij te GILLY!
Maar de “BOCHEN” dachten er anders over en op 28 juli 1914 kwam het bevel onder de wapens te blijven gezien de kritische internationale toestand.
Trouwens op 31 juli 1914 te 19 uur werd door het Belgisch Leger de Algemene Mobilisatie uitgevaardigd ! Voor Soldaat Léon JAECQUES was, evenals voor de duizenden andere “Belgische” soldatenjongens  de oorlog daadwerkelijk begonnen . Met het 5e “Chasseurs à Pied” nam Hij deel aan de gevechten rond Antwerpen, de Forten van WALEM en BREENDONCK en in het bos van BUGGENHOUT. Tenslotte geraakte Soldaat Léon JAECQUES , tijdens de aftocht van het “Belgisch Leger” deels te VOET, deels met ‘n “ BEESTENTREIN” tot in TORHOUT. Van hieruit ging het per “boerensjezen” via EESEN, BEERST, en KEIEM, waar tenslotte achter den IJZER werd postgevat. Tot einde 1918 is soldaat Léon JAECQUES aan het front en in de “TRANCHEES”(loopgrachten) gebleven, Hij werd wel na de zeer harde winter van 1917 naar 1918 overgeplaatst naar de Etat-Major, (als ordonnans van de Majoor Ernest LAMBERT)en die bevond zich in West-Vleteren. Maar, voor het zover kwam had soldaat Léon JAECQUES al heel wat meegemaakt.!..Zo herinnert Hij zich nog zeer levendig de bloedige “BAJONET au CANON” veldslag , op en af , uren aan een stuk, en daar werden de gestationeerde manschappen van het 5e en 6e “Chasseurs” ingezet om de “BOCHEN” uit de bocht van Tervate terug te slaan en te verdrijven . En hier spreekt Léon JAECQUES woorden van LOF en DANK  voor zijn medesoldaten , helden tegen wil en dank, die ten koste van honderden gesneuvelden, aan deze tragische IJZERSLAG, de beslissende wending aan de oorlog bezorgden. In datzelfde najaar bleek de gezondheidstoestand van onze Torhoutse “CHASSEUR” minder gunstig, zodat tenslotte een passende geneeskundige verzorging zich opdrong. Soldaat Léon JAECQUES werd namelijk bij het helpen gewonden uit de “TRANCHEES” naar de tweede linie te brengen , door ’n GASAANVAL overvallen waardoor ’n passende verzorging zich zeker opdrong wegens het teveel “HOESTEN”! Zo belandde Soldaat Léon Jaecques in ‘n infirmerie van het leger, welke was ondergebracht in een schooltje in de “Rue du nouveau- pavé te HONDSCHOOTE. Daar schenen de zieke soldaten vlug op te monteren , vooral de “Vlaamse” ! Verzorgd door 
“Franstalige Dokters Officieren” werden ze heel vlug genezen verklaard! De medische Franse taal verstonden ze trouwens helemaal niet , dus …….Het was echter in die periode dat Soldaat Léon Jaecques reeds een oogje pinkte naar een (zeer mooi) FRANS MEISJE. “10 jaar jonger dan Hij zelf. Haar naam verzweeg Hij in alle talen bij zijn medesoldaten, want je kon nooit weten . Er waren immers zoveel soldaten reeds jaren van huis weg  ! En …..iedereen was gevoelig voor ‘n (mooi) meisje.!
Léon Jaecques herinnert het zich nog alsof het gisteren zou gebeurd zijn…..:
‘t Was in volle offensief in 1917 :  de slag samen met de Engelsen/Canadezen om de herovering van PASSENDALE ! We zouden en moesten PASSENDALE zuiveren van “BOCHEN” ! ’t Was terug op en af ….”Bajonet au Canon” Chargeren …..’t was alle HENS aan DEK…! Tot zelfs de hogere officieren moesten mee, Ze wilden trouwens ’n deel van de” KOEK” en de “medailles” en de verhoging van hun “ solde” ermee gepaard. (noot: mijn solde bedroeg ’n cent per dag en die van onze KOLONEL 5 Frank per dag.)Maar kom…op ‘n bepaald moment luidde het bevel….: En avant…..SOEP brengen naar de officieren  in de vooruitgeschoven posities tegenover de “TRANCHEES” van de “BOCHEN” juist zijdelings van PASSENDALE in volle beschieting van onze linies door de “BOCHEN”! Bleek deze “ in onze ogen”’n stupide onderneming, (wat moesten onze officieren nu SOEP gaan drinken in volle beschieting ??), we moesten het bevel opvolgen en deze was nu absoluut NIET zonder groot gevaar. De ene obus na de andere suisde met schuifelend geluid neer op onze vooruitgeschoven posities. Ik en mijn kameraad Henri Degrieck van Vladsloo werden ervoor aangeduid. We dienden met de soepeketel langs verscheidene “passerellen” of “loopplanken” te stappen om onze “moedige” hoge officieren te kunnen  benaderen. Ze waren daar met zijn tiental in ’n toch wel veilige “ABRI” ondergebracht! . Op het ogenblik dat We ons op de “PASSERELLE de la VICTOIRE” bevonden hadden de “BOCHEN” ons in het vizier en werden we op ’n overdonderende granatenaanval bestookt. Het gevaar ontwijkend en schermend voor ons leven lieten We onze pot soep op de “PASSERELLE” staan  en gingen vluchtig schuilen in ’n tamelijk diepe obusput.!(Noot :zie….We zijn GEEN helden ten allen prijze.) Toen het granaatvuur ‘n ietwat was gaan luwen wegens ’n terug zoveelste “Bajonet au Canon” aanval ( van het 6e Chasseurs) doken We uit onze beschermende put , namen de SOEPPOT en ……tot onze allergrootste verbazing , wat zagen We…..ontplofte granaten hadden modder en vuil water tot  in onze pot soep geslingerd. Wat nu ???We kenden geen enkele uitweg. We roerden dan maar slijk en soep dooreen en brachten die zomaar naar de officieren in hunne abri.!Voor eenmaal…..gelukkig voor ons…..maar gezien de zware gevechten , veelal man tegen man, in de wederzijdse “TRANCHEES” hadden ze NIET de tijd om er veel over na te denken.!
De situatie op dit ogenblik was te hachelijk en dus …..voor die ene keer moesten ze maar  modder-soep lusten .! Ik meen dat het er voor ons beiden anderzijds NIET zo rooskleurig zou uitgezien hebben zonder die uitzonderlijke situatie op dit ogenblik. Maar eerlijk is eerlijk, We hebben er verders geen enkele reactie op gekregen want weinige dagen nadien hadden de “BOCHEN” hun verloren Posities bij PASSENDALE terug ingenomen.! Het was voor ons allen enorm  treurig, honderden gesneuvelden aan beider linies en geen meter gewonnen noch verloren.!
Het was na de winter van 1916-1917 dat soldaat Léon JAECQUES als keukenpiet van de état- major te HONDSCHOTE terug terecht kwam. Het nieuwe  kantonnement scheen hem werkelijk begenadigd. ! Hij verbleef er voor ’n paar weken achter de gevechtslijn en het front en verpandde er terzelfdertijd zijn soldatenhart , nu voorgoed, aan het “mooie” françaiseke”!
Hij had ze nog niet vergeten en ze zou spoedig zijn vrouw worden. Het huis naast de keuken van de Etat-Major werd betrokken door de familie Leonard TOP – Marie BRUNET. Deze familie uit het zuiden van Frankrijk afkomstig was reeds  begin 1900 naar Noord Frankrijk uitgeweken daar er in het Zuiden geen enkele toekomst was en de werkeloosheid hoogtij vierde. In Noord Frankrijk echter was er werk in overvloed en in de industrie als in de landbouw.  Met de oorlog echter was er nog meer werk en veel geld te verdienen wie voor de verschillende legereenheden zich kon verdienstelijk maken. Men vroeg vooral klerenwassers – schoenmakers en kleermakers. Vooral wat betreft het maken van Officierenuniformen en het wassen en strijken voor de hoge Officieren. Léonard Top nu was Meester-Kleermaker en kon het werk soms niet meer alleen  af zodat zelf jongens en meisjes uit de school moesten helpen bij het maken van officierenuniformen.(voor Fransen/Belgen/Engelsen/Canadezen enz ….zelfs later in 1918 voor de Amerikanen. Marie Brunet deed de WAS en de Strijk voor het Officierenkader . Hun twee zonen waren door het Franse Leger opgeroepen en stonden eveneens aan ’t front .De ene vocht in de streek van VERDUN en de andere vocht als “SPAHIS” in Palestina tegen de “TURKEN”.
Hun dochter Martha was tewerkgesteld als Onderwijzeres in het kleine schooltje naast de ouderlijke woning waar nu juist ook de INFIRMERIE en tevens de veldkeuken van het 2e , 5e , en 6e Chasseurs gekazerneerd was. Vandaar het verliefd worden van Soldaat Léon JAECQUES op het lieve mooie Franse buurmeisje. Het was dan ook op 25 Mei 1918 dat Soldaat Léon Jaecques huwde met het buurmeisje Marthe TOP in de Kerk van HONDSCHOOTE . Om der toch mooi uit te zien had Hij het officiersuniform van De Majoor Ernest Lambert (Hij was dan reeds aangewezen als zijn Ordonnans) mogen aantrekken en hiermee pronken .De “GALLONS en Majoorsterren” waren evenwel NIET aanwezig wat te verstaan was .! Twee tot drie dagen na het “FEESTEN  …???” in zo’n mooi uniform was het terug de loopgracht in met zijn gewoon soldatenplunje aan .Vanaf 1915 had men ook het “BELGISCH” leger op z’n Engels geüniformeerd , ttz …in het KHAKHI maar met de Franse helm. De Fransen evenwel bleven bij hun hemelsblauw voor kleur van uniform.!
Soldaat Léon JAECQUES ervoer deze verandering als zeer vooruitstrevend en Iedereen was maar al te blij af te zijn van de “SHAKO of KOOLBAK” ! Iedereen kreeg  nu ‘n “BONNET “ met ’n floche. Per  soort regiment ‘n andere kleur van van “FLOCHE” ! Zo was het  ROOD voor de CHASSEUR, GROEN voor de GENIE, GEEL voor de CAVALLERIE (Guiden / Lanciers/ ) enz.
Soldaat Léon JAECQUES herinnerde zich ook nog levendig hoe het er soms “kwistig – plezierig – feestelijk – zekerlijk niet denkende aan de bij bosjes sneuvelende Vlaamse Frontsoldaat” aan het grote HOOFDKWARTIER der legerleiding, over het algemeen ondergebracht in de mooiste HOTELS (toentertijd) van de PANNE, waar trouwens ook de Koninklijke Familie verbleef.
Het moet zowat in de volle Winter 1917, tegenaan KERSTMIS geweest zijn toen Hij samen met zijn Majoor Ernest Lambert (als Ordonnans) mee moest naar De PANNE.! Weggeroepen uit de loopgracht onderging Hij ’n ganse wasbeurt, glad scheren en de snor mooi bijwerken, ’n gloednagelnieuw uniform met glanzende (fantasie)bonnet/ bloedrode floche. Daarna zijn Majoor volledig helpen opknappen. Zijn gloednagelnieuwe laarzen moesten blinken als ne spiegel . De GALONS/STERREN en uniformknopen opblinken, zeer goed vastnaaien op het ook gloednagelnieuw uniform met nieuwe opgeblonken lederen schouderriem en koppel.! Het PISTOOL ook na te zien en de Officiersdegen mooi opgepoetst in zijn lederen hangstel.
Waarom dit alles ??? Eenvoudig , naar jaarlijkse gewoonte was het groot bal voor de hogere officieren der Chasseurregimenten in aanwezigheid van zijne Majesteit de KONING en de KONINGIN.! Dit alles in het grootste,tevens het duurste  HOTEL van DE PANNE.! Vooraf was er ’n GALADINER met het lekkerste aan eten en drinken wat je ook maar kunt indenken.! Ook de HOOGSTE Officieren in rang van de  Franse en Engelse eenheden aan het VLAAMSE Front waren uitgenodigd.! Het moest ’n bedoening zijn van jewelste en hiervoor hadden ze ’n tiental uitzonderlijk mooie actrices uit de Parijse showwereld laten over komen.! Soldaat Léon JAECQUES kreeg het bevel te zorgen dat voor zo’n drietal “mooie” actrices het hen aan niets zou ontbreken qua eten/drinken/ slapen enz. De reis  naar DE PANNE van het front verliep met de MOTO/SIDECAR. Soldaat Léo JAECQUES stuurde en de Majoor zat in de side-car . Het ganse gedoe duurde ’n vol weekend.! Hierop werd Soldaat JAECQUES per open vrachtwagen terug naar het front gevoerd na eerst  zijn nagelnieuw soldatenpak te hebben moeten inleveren tegen zijn “vecht”plunje.! Dit ook behoorde tot het frontleven………Zo kwam alras het Bevrijdingsoffensief !
Toen in September 1918 het bevrijdingsoffensief op gang kwam bevond Soldaat Léon JAECQUES in de “secteur van Merkem”. Na ’n zeer korte onderbreking met “ repos” in HONDSCHOOTE keerde Hij terug naar de  frontlinie tegen Passendale aan de zijde van de Canadese “Rocky Mountains”. Om er gedurende 2 nachten en 3 dagen met het 2e en 5e Chasseurs er de “BOCHEN” te bestoken! De “BOCHEN” konden deze  keer dit offensief niet stuiten en de troepen rukten vechtend vooruit. Dorp na Dorp. De tocht ging door verwoeste steden en dorpen, met bom en obustrechters doorkorven landerijen. Tegen de avond van de 5e November 1918 bereikte Soldaat Léo JAECQUES met zijn regiment Woumen en de overstroomde broeken. Langs passerellen kwam Hij midden in de nacht te Esen aan . Via het Roggeveld, Zarrenbrug, en de Werken-kruisstraat kwam Hij in zijn geboortedorp terecht !
In WERKEN stond NIETS meer recht. Het Dorp was éen en al een hoop stenen. Op een nog overgebleven muur schreef Hij:” IK BEN HIER GEWEEST“ Daarmee zouden de  mensen weten dat ik nog leefde, “dacht Hij”(??). Er waren trouwens zovele mensen , waaronder zijn eigen moeder, die gevlucht waren , de LIMBURG in . Voor Soldaat Léon JAECQUES eindigde de oorlog te ZOMERGEM, waar het 5e Chasseurs nog steeds, zij het dan wel de allerlaatste, gevechten met afgelegen “BOCHEN”,was betrokken . Daags nadien volgde de wapenstilstand. Voor hen die vier jaren  front hadden overleefd volgde meteen de tocht (te voet) naar het te bezetten RIJNLAND….Dag na Dag marcheerden We de “BOCHEN” achterna, aldus Léon JAECQUES. Ik wist dat er mensen uit WERKEN gevlucht waren naar een Parochie naar HALEN in de LIMBURG. En Inderdaad, in HALEN langs de baan trof ik mijn moeder aan .! Wat ’n weerzien na zoveel jaren . Soldaat Léon JAECQUES maakte de intocht in het Rijngebied mede. Hij werd gekazerneerd te SANTEN aan de RIJN van December 1918 tot April 1919. Naderhand keerde Hij terug naar de Kazerne in MONS waar Hij de taak van “FAKTEUR” ofte brievenbesteller bij het leger toebedeeld kreeg.
Uiteindelijk , in Juli 1919 zwaaide onze soldaat Léon JAECQUES, 5e en 6e Chasseurs à Pied van het leger af. Na ongeveer 10 jaar leger en oorlog betekende het burgerpakje een ganse ommekeer in zijn leven. Aanvankelijk vestigde het gezin Léon JAECQUES – Marthe TOP zich te LEISELE. Léon JAECQUES slaagde echter in het examen van DOUANIER en later van ACCIJNSBEAMTE zodat Hij zich vervolgens nog in ALVERINGEM/FORTHEM om dan eindelijk zijn vaste benoeming te krijgen in TORHOUT. Een taak die Hij gedurende 12 jaar te ALVERINGEM en 16 jaar te TORHOUT uitoefende. Sinds 1958 is Hij op rust gegaan. Léon JAECQUES was tevens ook nog vele jaren Voorzitter van de Bond der VUURKRUISERS te TORHOUT. Hij was drager van de 5e promotie van Officier in de Kroonorde samen met nog ontelbare andere burgerlijke en militaire  Eretekens, waar Hij eigentlijk GEEN SNARS om gaf.Hij was ‘n vurige republikein geworden door deze oorlog !
Hij stierf zeer rustig op 98 jarigen ouderdom. !
Zijn Majoor Ernest Lambert citeerde Hem steeds en altijd met de volgende zin:
Ton Père Léon, Il faut le dire …mais ça , ça , c’était un brave ! Je n’en connais qu’un dans la vie , c’est notre Léon !
Tot slot….: Mijn vader ruste in VREDE bij zijn HEER en SCHEPPER “GOD”
…………….ZIJN GROOT PAROOL: NOOIT maar A.U.B. NOOIT meer OORLOG.!
…………….Was het maar waar want 25 jaar later was er terug ’n wereldoorlog
…………….en jammer genoeg …..maar , NU WAS HET ONZE BEURT.!
…….henri.jaecques@gmail.com.
Henri JAECQUES.Vanhullestraat.N°12 Bus N°1.8820.TORHOUT.tel: 50/21/38/88.